donderdag 14 oktober 2010

Hoorcollege 3 - Bert Brussen

“The people, formaly known as the audience”

De journalistiek is bij uitstek een beroepsgroep die aan verandering onderhevig is als gevolg van de ontwikkelingen op het gebied van internet. De afgelopen jaren zijn er naast de traditionele media steeds meer nieuwe vormen van online journalistiek zich aan het ontwikkelen, waarbij de rol van het publiek steeds belangrijker wordt. In het artikel van Mark Deuze (2003)  “The Web and its Journalisms: Considering the Consequences of Different Types of Newsmedia Online” [i] heeft de schrijver getracht een overzicht te geven van de verschillende type online nieuwsmedia, hun eigenschappen en de manier waarop deze een meerwaarde kunnen vormen voor de huidige traditionele journalistiek. Zo kwam Deuze om de volgende soorten online nieuwsmedia: [1] mainstream news sites, [2] index and category sites, [3] meta- and comment sites and [4] share and discussion sites. Deuze is van mening dat een dergelijk overzicht nodig is voordat men veranderingen kan gaan implementeren. Daarnaast gaat Deuze in op het feit dat men moet realiseren dat de rol van het publiek, met de opkomst van de nieuwe vormen van online journalistiek, is veranderd. De journalistiek moet de burger een platform aanbieden en de mogelijkheid geven om meningen en informatie uit te wisselen, om mee te doen aan de discussie. Ten slotte geeft Deuze aan dat we het dogma ‘wij schrijven, jullie lezen’ niet moeten onderschatten en dat we rekening moeten houden met de impact van deze veranderingen op gevestigde kernwaardes en idealen binnen de traditionele journalistiek

In het artikel  ‘We the Media. Grasroots Journalism by the People for the People’ (2004) van D. Gillmor [ii], gaat de schrijver ook in op de verschuiving van de manier waarop wij nieuws maken en consumeren en dat de rol van het publiek aan het veranderen is. Gillmor beweert dat nieuws en conversatie moet zijn in plaats van een lezing. Nieuws lijkt niet langer een top-down verhouding te hebben, er is geen sprake van een eenzijdige informatiestroom. Burgers zullen een actievere rol aannemen in het communicatieproces en in het consumeren en verspreiden van het nieuws. Het publiek reageert, kiest zelf bepaalde nieuwsstromen, of wordt zelf een zender, bijvoorbeeld door te bloggen of eigen gemaakte foto’s met een mobiele telefoon op internet te publiceren.
Bowman en Willis, schrijvers van het boek “We Media. How audiences are shaping the future of news and information” (2003) [iii], noemen dit een uitgebreide virtuele redactie. Luisteren naar en samenwerken met je publiek zorgt volgens hen voor een breder scala aan bronnen en experts in uiteenlopende onderwerpen. Een goede samenwerking met dit netwerk van burgerjournalisten stelt de media in staat om op plaatsen te komen waar ze normaal niet kunnen komen, zij het door geografische of financiële beperkingen.

Volgens bovenstaande bronnen treed er dus een machtsverschuiving op binnen de journalistiek. Dat vond ook Jay Rosen, media criticus, schrijver en hoogleraar journalistiek aan de New York University. In 2006 liet hij de traditionele media schrikken met de volgende woorden op een online pamflet: ‘The People, Formerly Known as the Audience’ [iv]. Deze veelzeggende tekst koppelde hij aan de machtsverschuiving binnen de journalistiek, die in zijn ogen meer en meer in de handen van het publiek kwam te liggen. Vandaag de dag is het mogelijk dat groepen mensen via het internet met elkaar over het nieuws communiceren, in plaats van één iemand die het woord voert, zoals in de traditionele journalistiek. Nu kan het voormalige publiek zich direct richten tot de ander,

Toch lijkt niet iedereen de meerwaarde van deze nieuwe vormen van journalistiek in. Al snel hoor je: ‘maar dat is toch geen echte journalistiek’.  Burgerjournalistiek wordt vaak van tafel geveegd onder het mom van waardeloos, onbetrouwbaar en niet-journalistiek. Zo vraagt Kees Schaepman (hoofdredacteur Radio bij de VPRO) zich af, in het artikel  “De nieuwe journalistiek” (2010) [v]: “Behoor ik als journalist tot een uitstervende beroepsgroep nu iedere burger zichzelf journalist kan wanen? Opnieuw een ambacht dat wordt verdrongen door doe-het-zelvers?” Daarnaast is Kees Schaepman in hetzelfde artikel van mening: “Meninkjes overwoekeren de feitelijke verslaggeving”.

Uit het gedane bronnenonderzoek blijkt dan ook dat het huidige debat vooral gaat over de afbakening van het begrip journalistiek, als in een professionele beroepsgroep. Het is een debat over wie zich wel of niet journalist mag noemen waarbij de professionele journalistiek zich bedreigd lijkt te voelen door de opkomst van burgerjournalistiek. Deze mening wordt ook uiteengezet op de weblog van Alexander Pleijter, docent PraktijkStudie Journalistiek en Nieuwe Media/MA-spec. Journalistiek en Nieuwe Media [vi]. Hij spreekt hier over de defensieve innovatiecultuur in de journalistiek. De opkomst en burgerjournalistiek brengen een tijd van nieuwe mogelijkheden met zich mee, mogelijkheden voor het verbeteren van de journalistiek. Echter, kwam er van het benutten van al die mooie mogelijkheden weinig terecht. Volgens Alexander Pleijter schuilt een van die oorzaken in de defensieve innovatie cultuur bij veel mediaorganisaties. Die defensieve houding blijkt ook uit het volgende voorbeeld. Dick van Eijk schrijft naar aanleiding van zijn opvattingen over burgerjournalistiek in een discussie op de Nieuwe Reporter (2006) het volgende [vii]: “Dat we journalistiek moeten onderscheiden van andere disciplines, daarvan ben ik overtuigd. Als we ons vak willen kunnen verdedigen, moeten we het eerst afbakenen. En verdedigen is nodig, want de journalistiek ligt van alle kanten onder vuur: van politiek, uitgevers, dotcoms én burgers. Het beter afbakenen van wat journalistiek wel en niet is, maakt deel uit van een broodnodig professionaliseringsproces.”

Aan de andere kant zijn het ook de burgerjournalisten die zich niet willen scharen onder de term ‘traditionele journalistiek’. De makers van de website www.geenstijl.nl een weblog waarbij nieuwsfeiten, luchtige onderwerpen en journalistiek onderzoek elkaar af wisselen, lijken zich te verzetten tegen de traditionele journalistiek. Dominique van Weesie, alias Fleischbaum zegt in een artikel “Online Journalistiek” (2007) [viii] : “Conventionele journalistiek, met scheiding van feiten en meningen, dat is politiek correcte journalistiek, en daar zit niemand op te wachten…Ik zou het niet eens journalistiek willen noemen wat wij doen, maar je ziet dat er ruimte voor is”. Volgens Bert Brussen, gastspreker tijdens het hoorcollege 14 oktober 2010 en weblogger op www.geenstijl.nl, staat het internet en het weblog podium nog in de kinderschoenen. Bij een weblog gaat het om een speciale manier van schrijven, van vertellen oftewel een andere manier van benaderen. Het post mediale aspect is iets wat in de traditionele media moeilijk te vinden is, aldus Bert Brussen.

Maar hoe betrouwbaar zijn dit soort nieuwe nieuwsbronnen. Als we binnen de online nieuwsmedia kijken naar blogs lijkt de discussie oneindig te zijn. In het artikel “Bloggers vs ‘echte journalisten’: het oneindige debat” (2010) [ix] komt er een discussie op gang over de volgende uitspraak van Guikje Roethof, NOS-ombudsman: ‘Blogs worden grotendeels gemaakt door mensen die zich niet gebonden achten aan uitgangspunten van de professionele journalistiek zoals het verifiëren van de betrouwbaarheid van het nieuws en het toepassen van hoor en wederhoor. Bloggers publiceren voordat ze weten hoe het echt in elkaar steekt en ze maken zich vaak niet bekend. Waar journalisten met open vizier werken, schenden de meeste bloggers de vertrouwelijkheid van hun naaste omgeving’. Deze opmerking schoot bij de meeste (professionele) bloggers in het verkeerde keelgat. Andere merken op dat er wel degelijk talent en kwaliteit schuilt in bloggend Nederland.

Toch gaat het er in deze discussie niet om of alle blogs betrouwbaar of journalistiek van aard zijn. Volgens  Jeroen Mirck, journalist, blogger en specialist in social media, zijn ze dat namelijk niet. Wel geeft Jeroen Mirck aan in het artikel “Citizen Journalism bepaalt journalistieke agenda” (2009) [x]  dat blogs steeds invloedrijker zijn geworden, waardoor journalisten ze ook vaker zijn gaan raadplegen. Daardoor dragen deze kanalen serieus bij aan nieuwsgaring en –verspreiding en bepalen in die zin de journalistieke agenda.  Volgens Jeroen Mirck is burgerjournalistiek dus zonder meer relevant in het medialandschap.

Daarnaast blijkt dat burgers in toenemende mate bereid zijn om nieuwe informatiebronnen te accepteren. Uit onderzoek van TNS Nipo (eind 2009) [xi] blijkt dat tweederde (65%) van de 13- tot 65-jarigen, het internet als belangrijke leverancier van nieuws zien. Tachtig procent denkt in 2029 nieuws van het internet te halen en 72 procent (ook) van tv. De krant gaat meer inleveren: van 59 procent naar 37 procent. Dus ondanks de oneindige discussie over de betrouwbaarheid en objectiviteit van burgerjournalistiek, kan er niet buiten het feit om worden gegaan dat burgerjournalistiek invloed heeft op het huidige medialandschap.

Ook wanneer het om verslaggeving van actualiteiten aankomt, zal het gevecht om snelheid niet worden gewonnen door de beroepsjournalisten. We hoeven niet meer te wachten tot een cameraploeg of fotograaf ter plekke is, binnen een minuut staan de eerste beelden op internet. Maar het is ruwe data en die dient in context geplaatst te worden door iemand met kennis van zake, namelijk de beroepsjournalisten Zo kom je dan weer uit bij betrouwbaarheid en objectiviteit. Volgens Marc Chavannes, hoogleraar journalistiek RUG [xii] zullen journalisten meer van hun bestaansrecht moeten verdienen als dienstverleners die helpen orde in de chaos te scheppen. Maar zij zullen dat doen in een geïntensiveerde samenspraak met wat vroeger 'de lezer' en 'de kijker' werd genoemd, dus op internet. Ook Bert Brussen kwam tijdens het hoorcollege tot deze conclusie: “De journalist zal gaan optreden als gatekeeper, die structureert wat wel of niet nieuws is. De nieuwe journalist bedrijft journalistiek op een ander manier. De consument moet geleerd worden hoe dat moet. Je bent gewend dat de journalist dat doet of het media, maar de consument moet leren om zelf kritisch te zijn.  Dat heeft te maken met opvoeding.”

Synergie is hier het sleutelwoord. Bart Brouwens, managing editor Hyperlocal Online Media voor de Telegraaf Media, noemt deze samenwerking tussen de burgerjournalistiek enerzijds en de beroepsjournalistiek anderzijds ‘augmented journalism’ [xiii]. Het toenemen van de kwantiteit en snelheid waarop nieuwsgaring en verspreiding plaatsvindt door het inzetten van de burger als verslaggever en het gebruik van nieuwsbronnen op het Internet enerzijds en de kwaliteit door verdieping en onderzoekskant van de professionele journalistiek anderzijds. Zo combineer je het beste uit beide werelden, aldus Bart Brouwens.

Het actuele medialandschap is volop aan verandering onderhevig, deze ontwikkeling is ook in de journalistiek niet tegen te houden. Door de juiste samenwerking tussen de professionele beroepsjournalisten en burgerjournalisten, zullen deze ontwikkelingen in goede banen moeten worden geleid wat uiteindelijk kan leiden tot de ontwikkeling van de huidige journalistiek.


Bronnen:



[i] M. Deuze. 2003. “The Web and its Journalisms: Considering the Consequences of Different Types of Newsmedia Online” New Media Society http://www.multidesign.org/lib/Mark%2BDeuze%2B-%2BThe%2Bweb%2Band%2Bits%2Bjournalisms.pdf
(laatst bekeken 1 november 2010)

[ii] D. Gillmor. 2004. “We the Media. Grasroots Journalism by the People for the People” Sebastopol, CA.: O’Reilly.
(laatst bekeken 1 november 2010)

[iii] Bowman en Willis. 2003. “We Media. How audiences are shaping the future of news and information”

[iv] J. Rosen. 2010. “The Journalists Formerly Known as the Media: My Advice to the Next Generation”
(laatst bekeken 1 november 2010)

[v] K. Schaepman. 2010. “De nieuwe journalistiek”
(laatst bekeken 1 november 2010)

[vi] A. Pleijter. 2010. “De defensieve innovatiecultuur in de journalistiek”
(laatst bekeken 1 november 2010)

[vii] D. van Eijk. 2006. “Waarom een goede definitie van journalistiek belangrijk is”
(laatst bekeken 1 november 2010)

[viii] D. van Weesie. 2007. “Online Journalistiek”
(laatst bekeken 1 november 2010)

[ix] 2010. “Bloggers vs ‘echte journalisten’: het oneindige debat” http://dodebomen.nl/2010/04/03/bloggers-vs-echte-journalisten-het-oneindige-debat/
(laatst bekeken 1 november 2010)

[x] J. Mirck. 2009. “Citizen Journalism bepaalt journalistieke agenda”
(laatst bekeken 1 november 2010)

[xi]  TNS Nipo. 2009. “Onderzoek naar nieuwsgaring Nederlandse jongeren”, in opdracht van NOS.
(laatst bekeken 1 november 2010)

[xii] Oratie M. Chavannes. 2007. “iMedia: nieuwe journalistiek, nieuw burgerschap?”
(laatst bekeken 1 november 2010)

[xiii] B. Brouwers. 2009. “Dead trees living”
(laatst bekeken 1 november 2010)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten