maandag 18 oktober 2010

Werkcollege 4 - Zoekverslag eigen bronnen



Ter voorbereiding van het debat over de stelling ‘journalistiek  als professionele beroepsgroep moet veranderen naar een open praktijk’,  heb ik een bronnenonderzoek uitgevoerd.  Met behulp van onderstaande bronnen heb ik mijn argumenten voor deze stelling opgesteld.

Bron 1
Deuze, M. 2003. “The Web and its Journalisms: Considering the Consequences of Different Types of Newsmedia Online”  New Media Society
http://nms.sagepub.com/content/5/2/203 (Laatst bekeken 17-10-2010)

Dit artikel van Deuze geeft een overzicht van de verschillende type onine nieuwsmedia, hun eigenschappen en de manier waarop deze een meerwaarde kunnen vormen voor de huidige traditionele journalistiek. Dit artikel is relevant omdat het de wrijving tussen de traditionele en online journalistiek weergeeft. Daarnaast gaat Deuze in op het feit dat men moet realiseren dat de rol van het publiek, met de opkomst van de nieuwe vormen van online journalistiek, is veranderd. De journalistiek moet de burger een platform aanbieden en de mogelijkheid geven om meningen en informatie uit te wisselen, om mee te doen aan de discussie.  Ten slotte geeft Deuze aan dat we het dogma ‘wij schrijven, jullie lezen’ niet moeten onderschatten en dat we rekening moeten houden met de impact van deze veranderingen op gevestigde kernwaardes en idealen binnen de traditionele journalistiek.

Bron 2
Oratie M. Chavannes, hoogleraar journalistiek RUG. “iMedia: nieuwe journalistiek, nieuw burgerschap?” 6.2.07

Chavannes beschrijft in dit artikel de ontwikkelingen die de journalistiek heeft ondergaan, de rol van journalistiek in de huidige samenleving en hoe de burger hier een steeds belangrijke rol in gaat spelen. Dit is natuurlijk erg interessant in het kader van onze stelling; moeten we deze ontwikkeling van de journalistiek naar een open praktijk aanmoedigen of (proberen te) beperken. Dit artikel was nuttig bij het samenstellen van mijn argumenten. Zo geeft Chavannes praktijkvoorbeelden van succesvolle burgerjournalistiek, staat hij positief tegenover de blog cultuur en benadrukt hij dat de rol van journalistiek en (professionele) journalisten zal moeten veranderen om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden. Ten slotte is hij ook voorstander van de synergie, het creëren van een situatie waarin burgerjournalistiek enerzijds en de beroepsjournalistiek anderzijds elkaar aanvullen en waarderen.

Bron 3
A. Hermida. 2010. “From TV to Twitter: How Ambient News Became Ambient Journalism”
(Laats bekeken: 17-10-2010)

Hermida beweerd in dit artikel dat Twitter zich heeft ontpopt als een belangrijk medium voor nieuws en informatie over belangrijke gebeurtenissen en dat Twitter deel uitmaakt van een ‘ambient journalism’ die werd geboren door middel van nieuwe digitale technologieën. Hermida stelt het vermogen van de burgers om een actieve rol te spelen in het proces van verzamelen, rapporteren, analyseren en verspreiden van nieuws en informatie. Daarnaast worden er veel praktijkvoorbeelden gegeven van deze vorm van burgerjournalistiek en hoe deze een meerwaarde vormen binnen de journalistiek.

Bron 4
TNS Nipo. 2009. “Onderzoek naar nieuwsgaring Nederlandse jongeren”, in opdracht van NOS.

Dit onderzoek van TNS Nipo verschaft inzicht over het feit dat de burger zich nieuwe informatiebronnen aanwendt en dat dit ten koste gaat van het gebruik van de traditionele media als bron van nieuws. Een waardevolle conclusie uit dit onderzoek was dat tweederde (65%) van de 13- tot 65-jarigen, het internet als belangrijke leverancier van nieuws zien. Tachtig procent denkt in 2029 nieuws van het internet te halen en 72 procent (ook) van tv. De krant gaat meer inleveren: van 59 procent naar 37 procent. Hieruit blijkt dat internet, als broedplaats voor burgerjournalistiek, een steeds grotere rol gaat spelen als bron van nieuws. Hieraan heb ik het argument gekoppeld dat het onmogelijk en onzinnig is om deze ontwikkeling tegen te gaan en dat er in deze context samenwerking tussen de burgerjournalist en beroepsjournalist is verreist.

Bron 5
M. van den Berg, redacteur De Speld. Juli 2010. “De onmogelijke spagaat van de nieuwe media”

Wanneer van den Berg spreekt over de spagaat van de nieuwe media, dan heeft hij het over het tempo van de nieuwsgaring en -verspreiding anno 2010, die veel hoger ligt dan vooreen, als gevolg van de digitale revolutie in de media. Maar dat tegelijkertijd de media wordt afgerekend op dezelfde kwaliteitseisen als voorheen. Ik heb dit artikel gebruikt om te illustreren hoe in deze context een samenwerking tussen de professionele journalist enerzijds en de burgerjournalist anderzijds, leidt tot een beter resultaat. En dat de één een aanvulling kan vormen op de ander wanneer we spreken van een open praktijk. Het toenemen van de kwantiteit en snelheid waarop nieuwsgaring en verspreiding plaatsvindt door het inzetten van de burger als verslaggever en het gebruik van online media zoals Twitter enerzijds en de kwaliteit door verdieping en onderzoekskant van de journalistiek anderzijds.

Bron 6
C. Meijer en J. Arendsen. Juli 2010. “Succesvolle participatieve journalistiek faciliteren in plaats van reguleren”

Dit artikel steunt onze visie dat burgerjournalistiek, hier soms participatieve journalistiek genoemd, moet worden gefaciliteerd in plaats van gereguleerd. Ook geeft het artikel aan dat het belangrijk is dat beide groepen faciliteren en dat is precies waar ook wij als voorstanders van de stelling voor pleiten in een open praktijk.  Daarnaast wordt er ook ingegaan op de kansen en problemen die burgerjournalistiek met zich meebrengt, wat natuurlijk interessant is in het licht van het debat.

Bron 7
D Gillmor. 2004 ‘We the Media. Grasroots Journalism by the People for the People’ Sebastopol, CA.: O’Reilly.

Gillmor he`eft het in zijn boek over de verschuiving van de manier waarop wij nieuws maken en consumeren en de manier waarop het nieuws veranderd van een lectuur naar een gesprek. Vooral dit laatste heb ik kunnen gebruiken in mijn argumentatie. Door van de journalistiek een open praktijk te maken, zal de burger een actievere rol kunnen innemen in het communicatieproces en wordt de mogelijkheid geboden om ergens een mening over te hebben.

Bron 8
G.J. Bogaerts. September 2009. “Burgerjournalist”

Deze website betreft een forum waarop antwoord wordt gegeven op de vraag: is er een rol voor burgerjournalistiek, of is dit fenomeen altijd zwaar overschat geweest? De verschillende reacties op deze vraag heb ik gebruikt in de voorbereiding van het debat. Het is nuttig en interessant om te kijken hoe verschillende mensen een mening hebben over burgerjournalistiek en waar precies de meerwaarde ligt volgens hen.

Bron 9
Dialogic. April 2010. “Breedband en de Gebruiker V. Wat doet en wil de Nederlandse internetter anno 2010?”
(Laatst bekeken 17-10-2010)

Deze bron betreft een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Stimuleringsfonds voor de Pers en UPC Nederland. Het onderzoek verschaft inzicht over wat de internetter anno 2010 beweegt, wat hem of haar interesseert en waar hij of zij te vinden is. Wat specifiek van belang was in het licht van het debat, zijn de vragen die zijn voorgelegd rondom de perceptie ten aanzien van nieuws dat door ‘gewone burgers’ wordt opgesteld en online wordt geplaatst. Op de stelling in hoeverre men op internet professionele journalistiek betrouwbaarder vindt dan burgerjournalistiek  vindt 32% van de respondenten burgerjournalistiek qua betrouwbaarheid(minstens) gelijkwaardig. Daarnaast blijkt ook dat de respondenten steeds positiever staat ten aanzien van de betrouwbaarheid van burgerjournalistiek: in 2007 vond 54% dit ongelijkwaardig, in 2010 schat slechts 30% nieuws van de gewone burger minder betrouwbaar in dan dat van een professionele redactie. Dit betekent dus dat men burgerjournalistiek als een betrouwbare bron accepteren, of dit terecht is of niet daar valt dan nog over te twisten en dat is dan ook gebeurd tijdens het debat.

Bron 10
J. Mirck. Augustus 2009. “Citizen Journalism bepaalt journalistieke agenda”

Dit artikel geeft de visie van de schrijver over ‘Citizen Journalism’, oftewel burgerjournalistiek weer.  Zijn mening sloot naadloos aan op mijn visie, namelijk dat het er in deze discussie niet om gaat of alle producten van burgerjournalistiek journalistiek van aard zijn. Dat zijn ze niet. Wel hebben ze invloed en dragen ze bij aan nieuwsgaring en- verspreiding en zijn dus in dat opzicht zonder meer relevant in het medialandschap. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten