vrijdag 5 november 2010

Farewell Facebook - Short movie

Tegenwoordig hebben veel mensen een account op Facebook, maar wat doen we eigenlijk echt op Facebook? Korte documentaire van de Nederlandse Film en Televisie academie waarbij Facebook op een interessante manier in een ander licht wordt gezet. 




Eindevaluatie cursus



Evaluatie cursus ‘Nieuwe Media in het Actuele Debat’














Na acht weken van intensief debatteren en talloze interessante werk- en hoorcolleges is ook deze cursus tot een eind gekomen. Op 4 november vond hetgeen plaats waar we de afgelopen weken eigenlijk naar toe hebben gewerkt: het einddebat. Gedurende deze cursus hebben sommigen van ons zich ontpopt tot ware debatanten of volwaardige voorzitters en tijdens het einddebat kregen we voor de laatste keer de kans om onze verworven debatervaardigheden in de strijd te zetten.

Het einddebat bestond uit verschillende rondes waarbij de winnaars van elke ronde het tegen elkaar moesten opnemen. Ikzelf was voorzitter en kan met trots vermelden dat ik alle rondes heb gewonnen en uiteindelijk tot ‘oppervoorzitter’ ben bekroond. Een ware mijlpaal in mijn studiecarrière mag ik wel zeggen! De debatgroep opgesteld uit onze eigen werkgroep heeft het tot de kwartfinales geschopt. De stellingen waarover gedebatteerd werd zijn gedurende de cursus allemaal al een keer aan bod gekomen. Ook in dat opzicht was het einddebat een geheugen opfrisser van wat wij de afgelopen weken allemaal geleerd hebben. Naast dat het erg leerzaam was vond ik het einddebat vooral ook erg leuk.

Dezelfde conclusie geldt eigenlijk voor de gehele cursus Nieuwe Media in het Actuele Debat. Kijkend naar mijn achtergrondopleiding (Hoge Hotelschool), kan ik zeggen dat ik qua algemene kennis over nieuwe media toch wel achterloop op de meeste van mijn medestudenten. Deze cursus heeft voor mij een licht geworpen over de verschillende actuele discussies rondom nieuwe media en de digitale cultuur. Te denken valt aan nieuwe media in relatie tot games, auteursrecht, politiek, privacy etc.

De opbouw van de gehele cursus vond ik er fijn. Zo werd er duidelijk gewerkt rondom bepaalde thema’s die werden ingeleid door een hoorcollege en een gastspreker. In de werkcolleges werd de verworven kennis uit het hoorcollege en de lesstof van die week in praktijk gebracht door de debatgroep. Er kwam natuurlijk ook de nodige zelfstudie aan te pas, waarbij ik me goed kon verdiepen in de verschillende onderwerpen die aan bod kwamen. Uiteindelijk werden alle standpunten en bijbehorende argumentatie rondom een onderwerp op een rijtje gezet. Zo merkte ik dat ik veel vooroordelen had over bepaalde zaken, die ik na het hoor- of werkcollege toch moest herzien. Het afwegen van verschillende standpunten heeft ervoor gezorgd dat ik mezelf kan situeren binnen een bepaald debat of vraagstuk over nieuwe media in relatie tot andere zaken.

Zowel het voorbereiden op discussies, het lezen van de opgegeven literatuur als het bijhouden van mijn ontwikkeling middels een logboek, vond ik een erg prettige manier van leren. Ik heb mezelf tijdens de cursus op verschillende vlakken ontwikkeld. Zo heb ik naast debatteervaardigheden ook aan mijn communicatievaardigheden en organisatorische vaardigheden kunnen werken. Door middel van het logboek heb ik geleerd hoe ik correct academische teksten moet schrijven.

Natuurlijk is er altijd ruimte voor verbetering. Zo vond ik jammer dat het gehele werkcollege aan een debat werd gewijd, waarbij slechts één aspect uit het thema van die week werd belicht. Op de manier was er weinig tijd om, buiten het debat om, met elkaar te praten of discussiëren over de verschillende thema’s. Daarnaast waren ook niet alle gastsprekers even sterk en moest je soms zoeken naar de juiste boodschap door het stellen van de juiste vragen, waar gelukkig wel ruimte voor werd gecreëerd.

Al met al kan ik concluderen dat de cursus Nieuwe Media in het Actuele Debat een succesvolle, leerzame en ook leuke cursus was aan het begin van mijn opleiding aan de Universiteit van Utrecht.

woensdag 3 november 2010

Commentaar blog Marieke Pots


Het is de bedoeling dat we als studenten binnen de cursus feedback op elkaars werk leveren. Bij deze geef ik commentaar op het logboek van Marieke Pots, blog url: http://w1pots.blogspot.com

Inhoud
In de weekverslagen worden de hoorcolleges en de bijbehorende artikels besproken. Alle verslagen bevatten een inleiding tot het hoorcollege en het thema van de desbetreffende week. Ook wordt het thema vanuit verschillende uitgangspunten benaderd, waarbij er bijvoorbeeld ook onderzoeken worden gebruikt ter ondersteuning van bepaalde argumentatie. Toch wordt er voornamelijk ingegaan op de hoorcolleges in relatie tot de bijbehorende artikelen.
De nieuwsberichten zijn interessant en halen ook recent gedane onderzoeken aan. Je zou eventueel andere (tegengestelde )standpunten omtrent het besproken onderwerp kunnen weergeven. Wel is het duidelijk waarom een bepaald nieuwsbericht relevant is binnen deze cursus. Wat me verder opvalt is dat je binnen het uiteengezette debat en de nieuwsberichten vaak een duidelijke stelling inneemt. Echter gaat het er hier vooral om het uiteenzetten van de verschillende standpunten binnen het actuele debat en niet zozeer het weergeven van je eigen mening.
De evaluaties van de debatten zijn duidelijk. Je geeft om een mooie manier de sterktes en zwaktes van het debat weer en gaat in op de individuele sprekers. Ik mis soms de evaluatie rondom de inhoud van het debat, wat bijvoorbeeld in de laatste evaluatie van week 5 wel is gedaan.

Opbouw
Je artikelen zijn goed opgebouwd, ze bevatten een inleiding waardoor het verhaal ook voor derden duidelijk is. Daarnaast sluit je de artikelen op mooie manier af, ofwel met een conclusie of met het geven van je eigen mening. Alineagebruik maakt de inhoud overzichtelijk. Daarnaast vind ik het overzicht in categorieën, naast het blogarchief, erg fijn werken. Je houdt de tijdslijn van de cursus aan en je kan de artikelen dus zowel op tijd als categorie / thema terugvinden.

Schrijfstijl
Je schrijfstijl is wat mij betreft helder en duidelijk. Ik zou het ook als ‘formeel’ of zakelijk kunnen omschrijven, omdat er bijvoorbeeld geen humor wordt gebruikt. Daarnaast is je schrijfstijl niet poëtisch maar juist direct; je zegt waar het op staat. Je gebruikt vaak de uitdrukking ‘al met al’. Wellicht zou je de verschillende personen kunnen citeren om wat afwisseling in schrijfstijl in te brengen. Je gebruikt ook geen voetnoten in je teksten.

Vormgeving
De vormgeving van de blog is prettig. Je gebruikt soms afbeeldingen om het geheel wat op te leuken. De witte kop is pakkend. Misschien kan je wat meer kleur gebruiken in de koppen om aandacht te trekken.

Bronnen
Het brongebruik is prima. Binnen je weekverslagen maak je gebruik van zowel de verplichte als niet verplichte bronnen. Soms heb je ook gebruik gemaakt van andere bronnen, wellicht zou je dit meer kunnen doen om tot andere inzichten te komen. Het viel mij op dat je in het weekverslag van week 3 een bron vermeldt in je verhaal die niet terugkomt in de bronvermelding namelijk een recent onderzoek (Vier in Balans Monitor) van Kennisnet.


Mediabericht - "2027: RIP Nederlandse kranten (of niet?)"


Kan de krant definitief bij het oud papier?

Steeds minder vaak pakken de mensen de krant, en ondertussen speelt internet een steeds grote rol in de journalistieke wereld. Internet lijkt veel sneller en populairder geworden en bovendien is het nieuws op het internet gratis te verkrijgen. Mede dankzij gratis online journalistiek heeft de krant moeite zijn positie te behouden. Zo blijkt ook uit onderzoek van het CBS over het internet versus de traditionele media [i]. Reden genoeg om vraagtekens bij de toekomst van de traditionele krant te zetten. 

Maar zullen de nieuwe media de traditionele media, zoals de krant, ooit vervangen?

Volgens futuroloog Ross Dawson moeten we ons niet afvragen óf internet de gedrukte kranten zal vervangen, maar wanneer. Dit las ik in een artikel op www.nieuwereporter.nl [ii]. Volgende deze futuroloog zal de laatste krant in 2027 gedrukt worden. Landen als Denemarken, Noorwegen, Australië en Canada zijn ons dan al voor gegaan. In de Verenigde Staten is het over zeven jaar zelfs al gedaan met de kranten. In een zogenaamde ‘Newpaper Extinction Timeline’ geeft Ross Dawson een overzicht van zijn bevindingen weer [iii]. Hij onderbouwt zijn voorspellingen door rekening te houden met een aantal factoren en ontwikkelingen wereldwijd en specifiek binnen elk land. Deze omvatten wereldwijde invloeden zoals de dalende kosten van mobiele telefoons, tablets en e-readers, de ontwikkeling van digitale kranten van hoge kwaliteit en trends in reclame en digitaal nieuws. Onder de nationale invloeden die effect zouden hebben op de ‘uitsterving van kranten’, vallen onder meer de technologische en economische ontwikkelingen in elk land.

Desondanks blijft het onduidelijk hoe Dawson op basis van bovenstaande informatie precies vaststelt in welk jaar de kranten zullen sterven en wat het doel van zijn voorspelling precies is.  Daarnaast blijft de toekomst onzeker en blijven deze conclusies dus speculaties. Dawson heeft met zijn voorspelling heel wat controversie aangewakkerd. Van kritiek op het tempo van de veranderingen tot het afschrijven van zijn voorspelling als complete onzin. Op zijn eigen weblog geeft Dawson zijn visie en uitleg bij de door hem opgestelde Newspaper Extinction Timeline. Volgens hem is scenario planning de beste manier om mensen te helpen begrijpen hoe onzeker de toekomst (van de krant) is en hoe we ons hier effectief op kunnen voorbereiden. Zo geeft hij zelf aan: ‘However in more recent years I have found that being more specific helps to focus people's minds. If they think the forecast may be right, then there is something very concrete that they have to think through and work out how best to respond. If they disagree, then they need to think through why they think the forecast is wrong, helping to crystallize their own thinking.’3 Het gaat er dus niet om of Dawsons voorspellingen over de uitsterving van de kranten wereldwijd kloppen, het gaat om de bewustwording van de mensen over het feit dat de klok blijft tikken en dat we ons moeten voorbereiden op wat de toekomst kan brengen.

Het internet vormt een extra concurrentie voor de kranten, maar volgens velen betekent dat nog niet het einde van de krant. Zo geeft ook Bert Brussen tijdens het hoorcollege op 14 oktober aan: ‘De krant kan nu nog niet verdwijnen, we hebben namelijk te maken met een vergrijsde samenleving. Mensen zijn papier gewend.’ Het sleutelwoord is hier synergie, dus een situatie waarin het effect van samenwerking groter is dan elk van de partijen afzonderlijk zou kunnen bereiken. Zo biedt het internet voordelen op het gebied van kwantiteit en snelheid waarop nieuwsgaring en verspreiding plaatsvindt. Waar dit medium juist zeer geschikt is voor zaken die weinig interpretatie behoeven, zijn er andere soorten nieuws, bijvoorbeeld in de politiek sfeer, die meer diepgang nodig hebben. Hier is de rol van kranten in onze samenleving nog steeds aanzienlijk. Kranten bieden namelijk de diepgang en de onderzoekskant die online media vaak missen.

Titia Ketelar, adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad en chef redactie van nrc.next, zegt het volgende over dit onderwerp: “Als er geen toekomst zou zijn voor gedrukte kranten, waren wij drie jaar geleden nooit met nrc.next begonnen. De journalistiek moet zichzelf opnieuw uitvinden. Lezers zijn niet meer gewend om op een bepaald tijdstip een krant op de mat te vinden. Ze willen informatie ontvangen van een betrouwbare bron, maar dan wel op hun eigen manier en op een zelfgekozen tijdstip.” [iv]


Bronnen:


[i]  CBS. Mei 2009. “Internet verdringt traditionele mediaproducten”
(Laatst bekeken 3-11-2010)

[ii] De Nieuwe Reporter. 3 november 2010. “2027: RIP Nederlandse kranten (of niet?)”
(Laatst bekeken 3-11-2010)

[iii] R. Dawson. 31 oktober 2010. “Launch of Newspaper Extinction Timeline for every country in the world”
(Laatst bekeken 3-11-2010)

[iv] A. Willemse en M. Koop. Mei 2009. “Het Issue: Papier hier?
(Laatst bekeken 3-11-2010)

maandag 1 november 2010

Werkcollege - Analyse debatgroep 5


Analyse debatgroep 5 – Thema: Politiek en Nieuwe Media 2: Privacy and surveillance

Het thema van het debat van deze week was politiek en nieuwe media in relatie tot privacy. De debatgroep heeft over de volgende stelling gedebatteerd:

“Het centraliseren van de gegevens van ieder individueel kind moet verboden worden”

De opstelling van dit debat was anders dan normaal aangezien het een één op één debat was. Daarbij speelde het publiek een grotere rol dan anders. Weer werd er gebruik gemaakt van een tijdslimiet en verschillende rondes. De partijen hadden beide vijf minuten voor de uiteenzetting van hun argumentatie voor en tegen de stelling. In de tweede ronde werd er gedurende drie minuten ingegaan op elkaars argumenten en vervolgens zou er een open discussie met het publiek plaatsvinden. Marissa Piso was voor de stelling en Marieke Pots was tegen de stelling. Bram de Rijk, deelnemer aan het debat over games en onderwijs, heeft zich opgegeven als voorzitter voor dit debat.

Bram heeft een duidelijk inleidend verhaal gegeven waarbij ook de begrippen, opgenomen in de stelling, werden afgebakend. In vergelijking met voorgaande debatten was de stelling wat mij betreft erg duidelijk, sterk en ondubbelzinnig. Doordat de stelling zo goed was, leek ook de argumentatie logisch aan te sluiten op de stelling. Dit maakt het debat een stuk makkelijker te volgen en ook makkelijker voor het publiek om een stelling in te nemen. De voorzitter speelde hierbij een belangrijke rol. Hij hield de sprekers en het publiek bij de kern van de stelling en zorgde ervoor dat er niet teveel van de stelling werd afgeweken. Wat dat betreft is Bram als voorzitter verantwoordelijk geweest voor het gestructureerde verloop van het debat, wat ik erg sterk vond. Ook stelde hij goede vragen en greep in waar nodig. Hij heeft in mijn ogen de rol van voorzitterschap het beste vervult en aangezien ik voorzitter zou zijn bij het plenair einddebat, heb ik zijn sterke optreden als voorzitter als voorbeeld kunnen nemen.

Zowel Marissa als Marieke hebben bijgedragen aan het succes van het debat door hun sterke argumentatie en weerlegging van argumenten. Er werd goed naar elkaar geluisterd en op elkaar gereageerd. Marieke kwam erg rustig en duidelijk over en bleef bij haar standpunten. Marissa leek iets zenuwachtiger maar erg betrokken bij haar standpunt. Ze praatte soms ietwat te snel maar toch bleef haar verhaal duidelijk. Beide vielen soms bij hun argumentatie in de herhaling.

Het debat ging over de voor- en nadelen van datamining, oftewel het digitaal samenstellen van profielen waarbij problemen bij kinderen op een vroeg stadium (h)erkend zouden worden. De vraag die hierbij centraal staat is de volgende: weegt de inlevering van privacy op tegen de voordelen en het bereiken van het doel. Een onderwerp wat ook centraal stond tijdens het hoorcollege van Stephan Okhuijsen van Bits of Freedom. In het begin ging het debat te weinig over de gevaren van algoritmes en profielschetsen, echter zorgde Bram dat het debat hierop gefocust werd.

Marissa ging vooral in op het feit dat onze privacy op deze manier wordt geschonden en dat de profielen die op deze manier geschetst worden, niet altijd realistisch zijn en problemen oproepen. Een minpunt aan haar argumentatie was het hypothetische en voorspellende karakter. Dit kwam naar voren in retorische vragen zoals: ‘Is de privacy gegarandeerd, wat als data uitlekt’? Het blijft natuurlijk ook lastig om hierbij met harde feiten te komen. Marieke vond wel degelijk dat het middel proportioneel is voor het doel. Volgens haar kan een centrale database waarbij informatie gecombineerd wordt en patronen herkend, bijdragen aan het signaleren van problemen bij jongeren in een vroeg stadium. Marieke ging echter minder in op de risico’s die het schetsen van profielen op deze manier met zich meebrengt.

Beide partijen maakten goed gebruik van bronnen en voorbeelden ter illustratie van hun argumentatie. Marieke gebruikte bijvoorbeeld voorbeelden uit de praktijk, die goed op de verbeelding inspraken. Ook werden de bronnen op een meer natuurlijke manier ingebracht, een probleem waar de vorige groepen vaak tegenop liepen.

Al met al kan ik concluderen dat dit debat het beste debat uit de gehele cursus is. Mede dankzij het sterke optreden van de voorzitter, de duidelijke stelling, de logische argumentatie ondersteund met bronnen en de rol van het publiek. Natuurlijk is het ook wel logisch dat de debatten in de loop van tijd beter zijn geworden aangezien we met z’n allen kunnen leren van zwakke en sterke punten van de voorafgaande debatten.