Tegenwoordig hebben veel mensen een account op Facebook, maar wat doen we eigenlijk echt op Facebook? Korte documentaire van de Nederlandse Film en Televisie academie waarbij Facebook op een interessante manier in een ander licht wordt gezet.
Logboek "Nieuwe media in het actuele debat"
Dit logboek maakt deel uit van de cursus "Nieuwe Media in het Actuele Debat" gegeven aan de Universiteit van Utrecht.
vrijdag 5 november 2010
Eindevaluatie cursus
Evaluatie cursus ‘Nieuwe
Media in het Actuele Debat’
Na acht weken van intensief debatteren en talloze interessante werk- en hoorcolleges is ook deze cursus tot een eind gekomen. Op 4 november vond hetgeen plaats waar we de afgelopen weken eigenlijk naar toe hebben gewerkt: het einddebat. Gedurende deze cursus hebben sommigen van ons zich ontpopt tot ware debatanten of volwaardige voorzitters en tijdens het einddebat kregen we voor de laatste keer de kans om onze verworven debatervaardigheden in de strijd te zetten.
Het einddebat bestond uit verschillende rondes waarbij de winnaars
van elke ronde het tegen elkaar moesten opnemen. Ikzelf was voorzitter en kan
met trots vermelden dat ik alle rondes heb gewonnen en uiteindelijk tot
‘oppervoorzitter’ ben bekroond. Een ware mijlpaal in mijn studiecarrière mag ik
wel zeggen! De debatgroep opgesteld uit onze eigen werkgroep heeft het tot de
kwartfinales geschopt. De stellingen waarover gedebatteerd werd zijn gedurende
de cursus allemaal al een keer aan bod gekomen. Ook in dat opzicht was het
einddebat een geheugen opfrisser van wat wij de afgelopen weken allemaal
geleerd hebben. Naast dat het erg leerzaam was vond ik het einddebat vooral ook
erg leuk.
Dezelfde conclusie geldt eigenlijk voor de gehele cursus
Nieuwe Media in het Actuele Debat. Kijkend naar mijn achtergrondopleiding (Hoge
Hotelschool), kan ik zeggen dat ik qua algemene kennis over nieuwe media toch
wel achterloop op de meeste van mijn medestudenten. Deze cursus heeft voor mij
een licht geworpen over de verschillende actuele discussies rondom nieuwe media
en de digitale cultuur. Te denken valt aan nieuwe media in relatie tot games,
auteursrecht, politiek, privacy etc.
De opbouw van de gehele cursus vond ik er fijn. Zo werd er
duidelijk gewerkt rondom bepaalde thema’s die werden ingeleid door een
hoorcollege en een gastspreker. In de werkcolleges werd de verworven kennis uit
het hoorcollege en de lesstof van die week in praktijk gebracht door de
debatgroep. Er kwam natuurlijk ook de nodige zelfstudie aan te pas, waarbij ik
me goed kon verdiepen in de verschillende onderwerpen die aan bod kwamen.
Uiteindelijk werden alle standpunten en bijbehorende argumentatie rondom een
onderwerp op een rijtje gezet. Zo merkte ik dat ik veel vooroordelen had over
bepaalde zaken, die ik na het hoor- of werkcollege toch moest herzien. Het
afwegen van verschillende standpunten heeft ervoor gezorgd dat ik mezelf kan
situeren binnen een bepaald debat of vraagstuk over nieuwe media in relatie tot
andere zaken.
Zowel het voorbereiden op discussies, het lezen van de
opgegeven literatuur als het bijhouden van mijn ontwikkeling middels een
logboek, vond ik een erg prettige manier van leren. Ik heb mezelf tijdens de
cursus op verschillende vlakken ontwikkeld. Zo heb ik naast
debatteervaardigheden ook aan mijn communicatievaardigheden en organisatorische
vaardigheden kunnen werken. Door middel van het logboek heb ik geleerd hoe ik
correct academische teksten moet schrijven.
Natuurlijk is er altijd ruimte voor verbetering. Zo vond ik
jammer dat het gehele werkcollege aan een debat werd gewijd, waarbij slechts één
aspect uit het thema van die week werd belicht. Op de manier was er weinig tijd
om, buiten het debat om, met elkaar te praten of discussiëren over de
verschillende thema’s. Daarnaast waren ook niet alle gastsprekers even sterk en
moest je soms zoeken naar de juiste boodschap door het stellen van de juiste
vragen, waar gelukkig wel ruimte voor werd gecreëerd.
Al met al kan ik concluderen dat de cursus Nieuwe Media in
het Actuele Debat een succesvolle, leerzame en ook leuke cursus was aan het
begin van mijn opleiding aan de Universiteit van Utrecht.
woensdag 3 november 2010
Commentaar blog Marieke Pots
Het is de bedoeling dat we als
studenten binnen de cursus feedback op elkaars werk leveren. Bij deze geef ik
commentaar op het logboek van Marieke Pots, blog url: http://w1pots.blogspot.com
Inhoud
In de weekverslagen worden de
hoorcolleges en de bijbehorende artikels besproken. Alle verslagen bevatten een
inleiding tot het hoorcollege en het thema van de desbetreffende week. Ook
wordt het thema vanuit verschillende uitgangspunten benaderd, waarbij er
bijvoorbeeld ook onderzoeken worden gebruikt ter ondersteuning van bepaalde
argumentatie. Toch wordt er voornamelijk ingegaan op de hoorcolleges in relatie
tot de bijbehorende artikelen.
De nieuwsberichten zijn
interessant en halen ook recent gedane onderzoeken aan. Je zou eventueel andere
(tegengestelde )standpunten omtrent het besproken onderwerp kunnen weergeven.
Wel is het duidelijk waarom een bepaald nieuwsbericht relevant is binnen deze
cursus. Wat me verder opvalt is dat je binnen het uiteengezette debat en de
nieuwsberichten vaak een duidelijke stelling inneemt. Echter gaat het er hier
vooral om het uiteenzetten van de verschillende standpunten binnen het actuele
debat en niet zozeer het weergeven van je eigen mening.
De evaluaties van de debatten
zijn duidelijk. Je geeft om een mooie manier de sterktes en zwaktes van het
debat weer en gaat in op de individuele sprekers. Ik mis soms de evaluatie
rondom de inhoud van het debat, wat bijvoorbeeld in de laatste evaluatie van
week 5 wel is gedaan.
Opbouw
Je artikelen zijn goed opgebouwd,
ze bevatten een inleiding waardoor het verhaal ook voor derden duidelijk is.
Daarnaast sluit je de artikelen op mooie manier af, ofwel met een conclusie of
met het geven van je eigen mening. Alineagebruik maakt de inhoud
overzichtelijk. Daarnaast vind ik het overzicht in categorieën, naast het
blogarchief, erg fijn werken. Je houdt de tijdslijn van de cursus aan en je kan
de artikelen dus zowel op tijd als categorie / thema terugvinden.
Schrijfstijl
Je schrijfstijl is wat mij
betreft helder en duidelijk. Ik zou het ook als ‘formeel’ of zakelijk kunnen
omschrijven, omdat er bijvoorbeeld geen humor wordt gebruikt. Daarnaast is je
schrijfstijl niet poëtisch maar juist direct; je zegt waar het op staat. Je
gebruikt vaak de uitdrukking ‘al met al’. Wellicht zou je de verschillende
personen kunnen citeren om wat afwisseling in schrijfstijl in te brengen. Je
gebruikt ook geen voetnoten in je teksten.
Vormgeving
De vormgeving van de blog is
prettig. Je gebruikt soms afbeeldingen om het geheel wat op te leuken. De witte
kop is pakkend. Misschien kan je wat meer kleur gebruiken in de koppen om
aandacht te trekken.
Bronnen
Het brongebruik is prima. Binnen
je weekverslagen maak je gebruik van zowel de verplichte als niet verplichte
bronnen. Soms heb je ook gebruik gemaakt van andere bronnen, wellicht zou je
dit meer kunnen doen om tot andere inzichten te komen. Het viel mij op dat je
in het weekverslag van week 3 een bron vermeldt in je verhaal die niet
terugkomt in de bronvermelding namelijk een recent onderzoek (Vier in Balans
Monitor) van Kennisnet.
Mediabericht - "2027: RIP Nederlandse kranten (of niet?)"
Kan de krant
definitief bij het oud papier?
Steeds minder vaak pakken de mensen de krant, en ondertussen
speelt internet een steeds grote rol in de journalistieke wereld. Internet lijkt
veel sneller en populairder geworden en bovendien is het nieuws op het internet
gratis te verkrijgen. Mede dankzij gratis online journalistiek heeft de krant
moeite zijn positie te behouden. Zo blijkt ook uit onderzoek van het CBS over
het internet versus de traditionele media [i].
Reden genoeg om vraagtekens bij de toekomst van de traditionele krant te
zetten.
Maar zullen de nieuwe media de traditionele media, zoals de krant, ooit
vervangen?
Volgens futuroloog Ross Dawson moeten we ons niet afvragen óf
internet de gedrukte kranten zal vervangen, maar wanneer. Dit las ik in een
artikel op www.nieuwereporter.nl [ii].
Volgende deze futuroloog zal de laatste krant in 2027 gedrukt worden. Landen
als Denemarken, Noorwegen, Australië en Canada zijn ons dan al voor gegaan. In
de Verenigde Staten is het over zeven jaar zelfs al gedaan met de kranten. In
een zogenaamde ‘Newpaper Extinction Timeline’ geeft Ross Dawson een overzicht
van zijn bevindingen weer [iii]. Hij
onderbouwt zijn voorspellingen door rekening te houden met een aantal factoren
en ontwikkelingen wereldwijd en specifiek binnen elk land. Deze omvatten
wereldwijde invloeden zoals de dalende kosten van mobiele telefoons, tablets en
e-readers, de ontwikkeling van digitale kranten van hoge kwaliteit en trends in
reclame en digitaal nieuws. Onder de nationale invloeden die effect zouden hebben
op de ‘uitsterving van kranten’, vallen onder meer de technologische en
economische ontwikkelingen in elk land.
Desondanks blijft het onduidelijk hoe Dawson op basis van
bovenstaande informatie precies vaststelt in welk jaar de kranten zullen
sterven en wat het doel van zijn voorspelling precies is. Daarnaast blijft de toekomst onzeker en
blijven deze conclusies dus speculaties. Dawson heeft met zijn voorspelling
heel wat controversie aangewakkerd. Van kritiek op het tempo van de
veranderingen tot het afschrijven van zijn voorspelling als complete onzin. Op
zijn eigen weblog geeft Dawson zijn visie en uitleg bij de door hem opgestelde
Newspaper Extinction Timeline. Volgens hem is scenario planning de beste manier
om mensen te helpen begrijpen hoe onzeker de toekomst (van de krant) is en hoe
we ons hier effectief op kunnen voorbereiden. Zo geeft hij zelf aan: ‘However
in more recent years I have found that being more specific helps to focus
people's minds. If they think the forecast may be right, then there is
something very concrete that they have to think through and work out how best
to respond. If they disagree, then they need to think through why they think
the forecast is wrong, helping to crystallize their own thinking.’3 Het gaat er dus niet om of Dawsons
voorspellingen over de uitsterving van de kranten wereldwijd kloppen, het gaat
om de bewustwording van de mensen over het feit dat de klok blijft tikken en
dat we ons moeten voorbereiden op wat de toekomst kan brengen.
Het internet vormt een extra concurrentie voor de kranten,
maar volgens velen betekent dat nog niet het einde van de krant. Zo geeft ook
Bert Brussen tijdens het hoorcollege op 14 oktober aan: ‘De krant kan nu nog
niet verdwijnen, we hebben namelijk te maken met een vergrijsde samenleving.
Mensen zijn papier gewend.’ Het sleutelwoord is hier synergie, dus een situatie
waarin het effect van samenwerking groter is dan elk van de partijen
afzonderlijk zou kunnen bereiken. Zo biedt het internet voordelen op het gebied
van kwantiteit en snelheid waarop nieuwsgaring en verspreiding plaatsvindt. Waar
dit medium juist zeer geschikt is voor zaken die weinig interpretatie behoeven,
zijn er andere soorten nieuws, bijvoorbeeld in de politiek sfeer, die meer
diepgang nodig hebben. Hier is de rol van kranten in onze samenleving nog
steeds aanzienlijk. Kranten bieden namelijk de diepgang en de onderzoekskant
die online media vaak missen.
Titia Ketelar, adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad en
chef redactie van nrc.next, zegt het volgende over dit onderwerp: “Als er geen
toekomst zou zijn voor gedrukte kranten, waren wij drie jaar geleden nooit met
nrc.next begonnen. De journalistiek moet zichzelf opnieuw uitvinden. Lezers
zijn niet meer gewend om op een bepaald tijdstip een krant op de mat te vinden.
Ze willen informatie ontvangen van een betrouwbare bron, maar dan wel op hun
eigen manier en op een zelfgekozen tijdstip.” [iv]
Bronnen:
[ii] De Nieuwe
Reporter. 3 november 2010. “2027: RIP
Nederlandse kranten (of niet?)”
(Laatst bekeken 3-11-2010)
[iii] R. Dawson.
31 oktober 2010. “Launch of Newspaper
Extinction Timeline for every country in the world”
(Laatst bekeken 3-11-2010)
maandag 1 november 2010
Werkcollege - Analyse debatgroep 5
Analyse debatgroep 5 – Thema: Politiek en Nieuwe Media 2: Privacy
and surveillance
Het thema van het debat van deze week was
politiek en nieuwe media in relatie tot privacy. De debatgroep heeft over de
volgende stelling gedebatteerd:
“Het centraliseren van de gegevens van ieder individueel kind moet
verboden worden”
De opstelling van dit debat was anders dan
normaal aangezien het een één op één debat was. Daarbij speelde het publiek een
grotere rol dan anders. Weer werd er gebruik gemaakt van een tijdslimiet en
verschillende rondes. De partijen hadden beide vijf minuten voor de
uiteenzetting van hun argumentatie voor en tegen de stelling. In de tweede
ronde werd er gedurende drie minuten ingegaan op elkaars argumenten en
vervolgens zou er een open discussie met het publiek plaatsvinden. Marissa Piso
was voor de stelling en Marieke Pots was tegen de stelling. Bram de Rijk,
deelnemer aan het debat over games en onderwijs, heeft zich opgegeven als
voorzitter voor dit debat.
Bram heeft een duidelijk inleidend verhaal
gegeven waarbij ook de begrippen, opgenomen in de stelling, werden afgebakend.
In vergelijking met voorgaande debatten was de stelling wat mij betreft erg
duidelijk, sterk en ondubbelzinnig. Doordat de stelling zo goed was, leek ook
de argumentatie logisch aan te sluiten op de stelling. Dit maakt het debat een
stuk makkelijker te volgen en ook makkelijker voor het publiek om een stelling
in te nemen. De voorzitter speelde hierbij een belangrijke rol. Hij hield de
sprekers en het publiek bij de kern van de stelling en zorgde ervoor dat er
niet teveel van de stelling werd afgeweken. Wat dat betreft is Bram als
voorzitter verantwoordelijk geweest voor het gestructureerde verloop van het
debat, wat ik erg sterk vond. Ook stelde hij goede vragen en greep in waar
nodig. Hij heeft in mijn ogen de rol van voorzitterschap het beste vervult en
aangezien ik voorzitter zou zijn bij het plenair einddebat, heb ik zijn sterke
optreden als voorzitter als voorbeeld kunnen nemen.
Zowel Marissa als Marieke hebben bijgedragen
aan het succes van het debat door hun sterke argumentatie en weerlegging van
argumenten. Er werd goed naar elkaar geluisterd en op elkaar gereageerd. Marieke
kwam erg rustig en duidelijk over en bleef bij haar standpunten. Marissa leek
iets zenuwachtiger maar erg betrokken bij haar standpunt. Ze praatte soms
ietwat te snel maar toch bleef haar verhaal duidelijk. Beide vielen soms bij
hun argumentatie in de herhaling.
Het debat ging over de voor- en nadelen van
datamining, oftewel het digitaal samenstellen van profielen waarbij problemen
bij kinderen op een vroeg stadium (h)erkend zouden worden. De vraag die hierbij
centraal staat is de volgende: weegt de inlevering van privacy op tegen de
voordelen en het bereiken van het doel. Een onderwerp wat ook centraal stond
tijdens het hoorcollege van Stephan Okhuijsen van Bits of Freedom. In het begin
ging het debat te weinig over de gevaren van algoritmes en profielschetsen,
echter zorgde Bram dat het debat hierop gefocust werd.
Marissa ging vooral in op het feit dat onze
privacy op deze manier wordt geschonden en dat de profielen die op deze manier
geschetst worden, niet altijd realistisch zijn en problemen oproepen. Een
minpunt aan haar argumentatie was het hypothetische en voorspellende karakter.
Dit kwam naar voren in retorische vragen zoals: ‘Is de privacy gegarandeerd,
wat als data uitlekt’? Het blijft natuurlijk ook lastig om hierbij met harde
feiten te komen. Marieke vond wel degelijk dat het middel proportioneel is voor
het doel. Volgens haar kan een centrale database waarbij informatie
gecombineerd wordt en patronen herkend, bijdragen aan het signaleren van
problemen bij jongeren in een vroeg stadium. Marieke ging echter minder in op
de risico’s die het schetsen van profielen op deze manier met zich meebrengt.
Beide partijen maakten goed gebruik van
bronnen en voorbeelden ter illustratie van hun argumentatie. Marieke gebruikte
bijvoorbeeld voorbeelden uit de praktijk, die goed op de verbeelding inspraken.
Ook werden de bronnen op een meer natuurlijke manier ingebracht, een probleem
waar de vorige groepen vaak tegenop liepen.
Al met al kan ik concluderen dat dit debat
het beste debat uit de gehele cursus is. Mede dankzij het sterke optreden van
de voorzitter, de duidelijke stelling, de logische argumentatie ondersteund met
bronnen en de rol van het publiek. Natuurlijk is het ook wel logisch dat de
debatten in de loop van tijd beter zijn geworden aangezien we met z’n allen
kunnen leren van zwakke en sterke punten van de voorafgaande debatten.
donderdag 28 oktober 2010
Hoorcollege 5 - Stephan Okhuijsen
Privacy versus
veiligheid
volgens velen. Wij als Nederlandse burgers hebben dan ook het recht op privacy.
In Nederland is het recht op privacy vastgelegd in de artikelen 10 tot en met
13 van de Nederlandse Grondwet. Maar wat betekent het recht op privacy precies?
De eerste definitie van het privacyrecht, beschreven door Warren en Brandeis,
is: ‘the right to be left alone’ [i]. Het recht
is de wettelijke bescherming van onze persoonlijke levenssfeer en draait om de
bescherming van persoonsgegevens, de bescherming van ons lichaam en onze woning
en de bescherming van het gezinsleven. Het omvat ook het recht om vertrouwelijk
te communiceren via brief, telefoon, e-mail en dergelijke. Kortom, privacy
betekent dat je als burger dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daarvan
weet of inbreuk op maakt.
Ons recht op privacy lijkt echter tegenstrijdig te zijn met
andere belangen. Veiligheid is een van de belangrijkste belangen die op
gespannen voet leeft met privacy. Stephan Okhuijsen, medewerker van Bits of
Freedom, een organisatie die onze digitale burgerrechten beschermd, gaat hier
op het gastcollege van 28 oktober 2010 op in. De overheid voert sinds 2000
stelselmatig wetten in welke onze privacy aantasten. Ze krijgen steeds meer
grip en middelen. Met name sinds 11 september, de start van de klopjacht naar
terroristen, is deze ontwikkeling versterkt. De overheid moet alles in de gaten
kunnen houden, aldus Stephan Okhuijsen. Echter, de toenemende hoeveelheid
wetten en regels, onder het mom van terrorismebestrijding, leidt tot een toenemend
aantal maatregelen die in strijd zijn met ons recht op privacy.
In het artikel van David Lyon, “National ID Cards: Crime-Control, Citizenship and Social Sorting” 2007
[ii],
gaat Lyon ook verder in op deze tegenstrijdigheid in belangen. In het artikel
wordt er gesproken over ID-kaart systemen die, onder het mom van technologie,
veiligheid en administratieve efficiëntie, wereldwijd worden ingevoerd. Deze
systemen worden gebaseerd op biometrie en maken gebruik van doorzoekbare
databases die al onze gegevens opslaan. Ook Stephan Okhuijsen benadrukt dat de
overheid en bedrijven steeds meer gegevens van ons opslaan. Een voorbeeld van
een wet die dat mogelijk maakt, is de dataretentie wet. Een Europese maatregel
die aangeeft dat alle verkeersgegevens van een burger een jaar lang bewaard
moeten worden. Denk hierbij aan bel gegevens, websites en e-mails. Deze
gegevens worden opgeslagen door de providers zelf.
Gegevens zijn o.a. door technologische ontwikkelingen steeds
makkelijker op te vragen en te combineren. Bij mij en velen dan de vraag: ‘wat
gebeurd er met al onze gegevens en waarom worden deze opgeslagen?’. Het
verzamelen, analyseren en combineren van gegevens leidt tot een profiel voor
iedere burger. Op basis van dit profiel kunnen beslissingen worden genomen. Dit
proces waarbij patronen uit gegevens worden gehaald, wordt ook wel datamining
genoemd. Stephan Okhijsen maakte duidelijk dat het AIVD alle gegevensbestanden
van de overheid en het bedrijfsleven mag opvragen en gebruiken voor analyse.
Iedere overheidsinstelling is dan ook verplicht deze gegevens af te staan. Dit
betekent dus dat het AIVD toegang heeft tot de (privé) gegevens van elke
burger, in het kader van nationale veiligheid.
Het opslaan, combineren en analyseren van gegevens ter wille
van onze veiligheid, brengt een aantal problemen met zich mee. Zo worden burgers
in de gaten gehouden die aan een bepaald statistisch profiel voldoen en niet
omdat ze verdacht zijn. De statistische analyse gebeurd bovendien niet door
wetenschappers maar door de politie. Daarnaast is het aannemelijk dat het
trekken van correcte conclusies aan de hand van analyses geen makkelijke taak
is, waardoor eventueel verkeerde statische profielen zouden kunnen ontstaan.
Een soortgelijk probleem wordt ook geschetst in het artikel
van Lyon waarbij het draait om ID-systemen die afhankelijk zijn van biometrie.
De codes die bepalen in welke categorie individuen geplaatst worden, zijn
gerelateerd aan lichamelijke en gedragskenmerken van mensen. Dit betekent dat
de beslissingen die worden genomen bij het indelen van individuen in (twijfelachtige)
categorieën, waarschijnlijk geen rekening houden met het leven in de alledaagse
levenswereld van mensen. Lyon: “New IDs ‘sort things out’ (Bowker and Star
1999) in new ways, the consequences of which have yet fully to be seen. And,
moreover, they do this remotely — at a distance — and using biometric measures,
thus removing these markers of ‘identity’ even further from the struggles of
daily life and the sphere of political debate.” 1
Volgens Stephan Okhijusen is er sprake van een onbalans in
de macht, diegene die jou gegevens bewaard heeft macht. Hoe meer informatie hoe
meer macht. Lyon heeft het zelf over een ‘culture of control’ waarbij wij als
burgers worden gecontroleerd en geanalyseerd. De grenzen verschuiven,
machtsrelaties zijn aan het werk en hebben grip op onze gegevens, onze levens
en op onze maatschappij. En in dit proces lijkt onze privacy grondig te worden geschonden.
Maar zijn wij ons hiervan bewust?
De groeiende wens naar meer veiligheid en de dreiging van
terrorisme lijken er toe te leiden dat burgers steeds minder moeite hebben om
de beperkingen van de privacy te accepteren, aldus het Sociaal Cultureel
Planbureau in 2004 [iii]. Ook de
overheid wordt gevoed met het idee dat onze privacy ondergeschikt is aan onze
veiligheid. De conclusie volgt uit het rapport "Gewoon Doen, beschermen
van veiligheid en persoonlijke levenssfeer" van de commissie Veiligheid en
persoonlijke levenssfeer, die vorig jaar in het leven werd geroepen [iv].
Veiligheid en de angst op terreur wegen zwaar en het lijkt
erop dat onze privacy het moet ontgelden. Betekent dit dan het einde van onze
privacy? Op die vraag kan niemand een antwoord geven. Wel kunnen en moeten we
stilstaan bij de maatregels en de bijbehorende effecten hiervan in verhouding
tot het probleem dat we willen oplossen. Er zal er een balans gevonden moeten
worden tussen de functionaliteit die mensen en bedrijven willen van het internet,
en de hoeveelheid persoonlijke informatie die daar tegenover staat. Oftewel een
balans tussen veiligheid en privacy.
Bronnen:
[ii] D. Lyon.
2007. “National ID Cards: Crime-Control,
Citizenship and Social Sorting”
(Laatst bekeken op 05-11-2010)
[iii] 2004. “Burgers vinden veiligheid vaak belangrijker
dan privacy”
(Laatst bekeken op 05-11-2010)
maandag 25 oktober 2010
Mediabericht - "Google onderschepte wachtwoord en e-mail"
Google is watching
you
De discussie over privacy van internetgegevens lijkt geen
einde te kennen. Zo kwam ik in de Telegraaf een interessant nieuwsbericht tegen
waarin Google de privacy van de burger heeft geschonden bij het maken van
foto’s voor Google StreetView [i]. Google
streetView is een gratis dienst aangeboden door Google, die het mogelijk maakt
voor de gebruiker om 360°-panorama-foto's te bekijken van straten op
straatniveau. Het totaal aantal gefotografeerde wegen in Nederland bedraagt nu
zo’n 75.600 kilometer.
De discussie over privacy van internetgegevens lijkt geen
einde te kennen. Zo kwam ik in de Telegraaf een interessant nieuwsbericht tegen
waarin Google de privacy van de burger heeft geschonden bij het maken van
foto’s voor Google StreetView [i]. Google
streetView is een gratis dienst aangeboden door Google, die het mogelijk maakt
voor de gebruiker om 360°-panorama-foto's te bekijken van straten op
straatniveau. Het totaal aantal gefotografeerde wegen in Nederland bedraagt nu
zo’n 75.600 kilometer.
Deze dienst werd gelanceerd in 2007 en heeft al heel wat
kritiek gekregen wegens schending van de privacy. Zo zijn er bijvoorbeeld
foto’s te zien van mannen die een stripclub verlaten, blote zonnebaders of
mannen die een prostituee oppikken. Afgelopen mei kwam Google ook al in het nieuws doordat zij per
ongeluk ip-adressen verzameld hadden. Ditmaal zijn complete e-mails en
wachtwoorden door Google binnengehaald tijdens het verzamelen van foto’s voor
Google StreetView. Dit is natuurlijk een ernstige inbreuk op de privacy van de
burgers. Volgens Google gebeurde dit alles zonder opzet en ‘per ongeluk’. Het
blijft natuurlijk wel erg vreemd dat dit soort gevoelige data wordt
binnengehaald tijdens het maken van foto’s.
Privacydeskundige Alberdingk Thijm geeft in het artikel aan
dit een kwalijke zaak te vinden: “E-mails en wachtwoorden zijn bij uitstek
privacygevoelig. Ze zijn namelijk direct herleidbaar tot personen. De schending
van de privacywetgeving is buiten kijf” .
Aan de andere kant zijn er dus ook genoeg mensen die hun
draadloze netwerk en e-mail zonder beveiliging gebruiken, dit heeft natuurlijk
iets te maken met eigen verantwoordelijkheid. Het belang van een veilig
draadloos thuisnetwerk wordt maar weer eens benadrukt.
Google neemt op zijn beurt maatregelen om de privacy van de
burger te beschermen. Zo worden gezichten onherkenbaar gemaakt en nummerborden onleesbaar.
Ook heeft Google het inmiddels gemakkelijker gemaakt om ongewenste foto’s te
laten verwijderen.
Daarnaast is er een wet opgesteld die est dat Google
onvervaagde StreetView beelden niet twaalf, maar slechts zes maanden bewaart.
Ook wil de Europese privacywerkgroep dat google van tevoren aankondigt wanneer
zij beelden gaan verzamelen voor StreetView. Dat zou via de lokale of nationale
pers moeten worden gecommuniceerd.
Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) is afgelopen
mei een onderzoek begonnen naar het verzamelen van privé-informatie door Google
in Nederland. Dat onderzoek is nog in volle gang [ii].
Bronnen:
[i] A. Monterie. 25-10-2010. “Google onderschepte wachtwoord en e-mail”
(Laatst bekeken op 25-10-2010)
[ii] NOS. 21 mei 2010. “CBP start onderzoek naar Google”
(Laatst bekeken op 25-10-2010)
(Laatst bekeken op 25-10-2010)
E. Hamel. 11 maart 2010 “Google
Street View ontsluit Nederland”
(Laatst bekeken op 25-10-2010)
Abonneren op:
Posts (Atom)
.jpg)

