donderdag 28 oktober 2010

Hoorcollege 5 - Stephan Okhuijsen



   Privacy versus veiligheid















Privacy, een veelgebruikte term en een waardevol begrip
volgens velen. Wij als Nederlandse burgers hebben dan ook het recht op privacy. In Nederland is het recht op privacy vastgelegd in de artikelen 10 tot en met 13 van de Nederlandse Grondwet. Maar wat betekent het recht op privacy precies? De eerste definitie van het privacyrecht, beschreven door Warren en Brandeis, is: ‘the right to be left alone’ [i]. Het recht is de wettelijke bescherming van onze persoonlijke levenssfeer en draait om de bescherming van persoonsgegevens, de bescherming van ons lichaam en onze woning en de bescherming van het gezinsleven. Het omvat ook het recht om vertrouwelijk te communiceren via brief, telefoon, e-mail en dergelijke. Kortom, privacy betekent dat je als burger dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daarvan weet of inbreuk op maakt.

Ons recht op privacy lijkt echter tegenstrijdig te zijn met andere belangen. Veiligheid is een van de belangrijkste belangen die op gespannen voet leeft met privacy. Stephan Okhuijsen, medewerker van Bits of Freedom, een organisatie die onze digitale burgerrechten beschermd, gaat hier op het gastcollege van 28 oktober 2010 op in. De overheid voert sinds 2000 stelselmatig wetten in welke onze privacy aantasten. Ze krijgen steeds meer grip en middelen. Met name sinds 11 september, de start van de klopjacht naar terroristen, is deze ontwikkeling versterkt. De overheid moet alles in de gaten kunnen houden, aldus Stephan Okhuijsen. Echter, de toenemende hoeveelheid wetten en regels, onder het mom van terrorismebestrijding, leidt tot een toenemend aantal maatregelen die in strijd zijn met ons recht op privacy.

In het artikel van David Lyon, “National ID Cards: Crime-Control, Citizenship and Social Sorting” 2007 [ii], gaat Lyon ook verder in op deze tegenstrijdigheid in belangen. In het artikel wordt er gesproken over ID-kaart systemen die, onder het mom van technologie, veiligheid en administratieve efficiëntie, wereldwijd worden ingevoerd. Deze systemen worden gebaseerd op biometrie en maken gebruik van doorzoekbare databases die al onze gegevens opslaan. Ook Stephan Okhuijsen benadrukt dat de overheid en bedrijven steeds meer gegevens van ons opslaan. Een voorbeeld van een wet die dat mogelijk maakt, is de dataretentie wet. Een Europese maatregel die aangeeft dat alle verkeersgegevens van een burger een jaar lang bewaard moeten worden. Denk hierbij aan bel gegevens, websites en e-mails. Deze gegevens worden opgeslagen door de providers zelf.

Gegevens zijn o.a. door technologische ontwikkelingen steeds makkelijker op te vragen en te combineren. Bij mij en velen dan de vraag: ‘wat gebeurd er met al onze gegevens en waarom worden deze opgeslagen?’. Het verzamelen, analyseren en combineren van gegevens leidt tot een profiel voor iedere burger. Op basis van dit profiel kunnen beslissingen worden genomen. Dit proces waarbij patronen uit gegevens worden gehaald, wordt ook wel datamining genoemd. Stephan Okhijsen maakte duidelijk dat het AIVD alle gegevensbestanden van de overheid en het bedrijfsleven mag opvragen en gebruiken voor analyse. Iedere overheidsinstelling is dan ook verplicht deze gegevens af te staan. Dit betekent dus dat het AIVD toegang heeft tot de (privé) gegevens van elke burger, in het kader van nationale veiligheid.

Het opslaan, combineren en analyseren van gegevens ter wille van onze veiligheid, brengt een aantal problemen met zich mee. Zo worden burgers in de gaten gehouden die aan een bepaald statistisch profiel voldoen en niet omdat ze verdacht zijn. De statistische analyse gebeurd bovendien niet door wetenschappers maar door de politie. Daarnaast is het aannemelijk dat het trekken van correcte conclusies aan de hand van analyses geen makkelijke taak is, waardoor eventueel verkeerde statische profielen zouden kunnen ontstaan.

Een soortgelijk probleem wordt ook geschetst in het artikel van Lyon waarbij het draait om ID-systemen die afhankelijk zijn van biometrie. De codes die bepalen in welke categorie individuen geplaatst worden, zijn gerelateerd aan lichamelijke en gedragskenmerken van mensen. Dit betekent dat de beslissingen die worden genomen bij het indelen van individuen in (twijfelachtige) categorieën, waarschijnlijk geen rekening houden met het leven in de alledaagse levenswereld van mensen. Lyon: “New IDs ‘sort things out’ (Bowker and Star 1999) in new ways, the consequences of which have yet fully to be seen. And, moreover, they do this remotely — at a distance — and using biometric measures, thus removing these markers of ‘identity’ even further from the struggles of daily life and the sphere of political debate.” 1

Volgens Stephan Okhijusen is er sprake van een onbalans in de macht, diegene die jou gegevens bewaard heeft macht. Hoe meer informatie hoe meer macht. Lyon heeft het zelf over een ‘culture of control’ waarbij wij als burgers worden gecontroleerd en geanalyseerd. De grenzen verschuiven, machtsrelaties zijn aan het werk en hebben grip op onze gegevens, onze levens en op onze maatschappij. En in dit proces lijkt onze privacy grondig te worden geschonden. Maar zijn wij ons hiervan bewust?

De groeiende wens naar meer veiligheid en de dreiging van terrorisme lijken er toe te leiden dat burgers steeds minder moeite hebben om de beperkingen van de privacy te accepteren, aldus het Sociaal Cultureel Planbureau in 2004 [iii]. Ook de overheid wordt gevoed met het idee dat onze privacy ondergeschikt is aan onze veiligheid. De conclusie volgt uit het rapport "Gewoon Doen, beschermen van veiligheid en persoonlijke levenssfeer" van de commissie Veiligheid en persoonlijke levenssfeer, die vorig jaar in het leven werd geroepen [iv].

Veiligheid en de angst op terreur wegen zwaar en het lijkt erop dat onze privacy het moet ontgelden. Betekent dit dan het einde van onze privacy? Op die vraag kan niemand een antwoord geven. Wel kunnen en moeten we stilstaan bij de maatregels en de bijbehorende effecten hiervan in verhouding tot het probleem dat we willen oplossen. Er zal er een balans gevonden moeten worden tussen de functionaliteit die mensen en bedrijven willen van het internet, en de hoeveelheid persoonlijke informatie die daar tegenover staat. Oftewel een balans tussen veiligheid en privacy.



Bronnen:


[i] S. Warren en D. Brandeis. 1890. “The right to privacy”
(Laatst bekeken op 05-11-2010)

[ii] D. Lyon. 2007. “National ID Cards: Crime-Control, Citizenship and Social Sorting”
(Laatst bekeken op 05-11-2010)

[iii] 2004. “Burgers vinden veiligheid vaak belangrijker dan privacy”
(Laatst bekeken op 05-11-2010)

[iv] 2009. “Advies aan overheid: Veiligheid gaat voor privacy”
(Laatst bekeken op 05-11-2010)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten