Privacy versus
veiligheid
volgens velen. Wij als Nederlandse burgers hebben dan ook het recht op privacy.
In Nederland is het recht op privacy vastgelegd in de artikelen 10 tot en met
13 van de Nederlandse Grondwet. Maar wat betekent het recht op privacy precies?
De eerste definitie van het privacyrecht, beschreven door Warren en Brandeis,
is: ‘the right to be left alone’ [i]. Het recht
is de wettelijke bescherming van onze persoonlijke levenssfeer en draait om de
bescherming van persoonsgegevens, de bescherming van ons lichaam en onze woning
en de bescherming van het gezinsleven. Het omvat ook het recht om vertrouwelijk
te communiceren via brief, telefoon, e-mail en dergelijke. Kortom, privacy
betekent dat je als burger dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daarvan
weet of inbreuk op maakt.
Ons recht op privacy lijkt echter tegenstrijdig te zijn met
andere belangen. Veiligheid is een van de belangrijkste belangen die op
gespannen voet leeft met privacy. Stephan Okhuijsen, medewerker van Bits of
Freedom, een organisatie die onze digitale burgerrechten beschermd, gaat hier
op het gastcollege van 28 oktober 2010 op in. De overheid voert sinds 2000
stelselmatig wetten in welke onze privacy aantasten. Ze krijgen steeds meer
grip en middelen. Met name sinds 11 september, de start van de klopjacht naar
terroristen, is deze ontwikkeling versterkt. De overheid moet alles in de gaten
kunnen houden, aldus Stephan Okhuijsen. Echter, de toenemende hoeveelheid
wetten en regels, onder het mom van terrorismebestrijding, leidt tot een toenemend
aantal maatregelen die in strijd zijn met ons recht op privacy.
In het artikel van David Lyon, “National ID Cards: Crime-Control, Citizenship and Social Sorting” 2007
[ii],
gaat Lyon ook verder in op deze tegenstrijdigheid in belangen. In het artikel
wordt er gesproken over ID-kaart systemen die, onder het mom van technologie,
veiligheid en administratieve efficiëntie, wereldwijd worden ingevoerd. Deze
systemen worden gebaseerd op biometrie en maken gebruik van doorzoekbare
databases die al onze gegevens opslaan. Ook Stephan Okhuijsen benadrukt dat de
overheid en bedrijven steeds meer gegevens van ons opslaan. Een voorbeeld van
een wet die dat mogelijk maakt, is de dataretentie wet. Een Europese maatregel
die aangeeft dat alle verkeersgegevens van een burger een jaar lang bewaard
moeten worden. Denk hierbij aan bel gegevens, websites en e-mails. Deze
gegevens worden opgeslagen door de providers zelf.
Gegevens zijn o.a. door technologische ontwikkelingen steeds
makkelijker op te vragen en te combineren. Bij mij en velen dan de vraag: ‘wat
gebeurd er met al onze gegevens en waarom worden deze opgeslagen?’. Het
verzamelen, analyseren en combineren van gegevens leidt tot een profiel voor
iedere burger. Op basis van dit profiel kunnen beslissingen worden genomen. Dit
proces waarbij patronen uit gegevens worden gehaald, wordt ook wel datamining
genoemd. Stephan Okhijsen maakte duidelijk dat het AIVD alle gegevensbestanden
van de overheid en het bedrijfsleven mag opvragen en gebruiken voor analyse.
Iedere overheidsinstelling is dan ook verplicht deze gegevens af te staan. Dit
betekent dus dat het AIVD toegang heeft tot de (privé) gegevens van elke
burger, in het kader van nationale veiligheid.
Het opslaan, combineren en analyseren van gegevens ter wille
van onze veiligheid, brengt een aantal problemen met zich mee. Zo worden burgers
in de gaten gehouden die aan een bepaald statistisch profiel voldoen en niet
omdat ze verdacht zijn. De statistische analyse gebeurd bovendien niet door
wetenschappers maar door de politie. Daarnaast is het aannemelijk dat het
trekken van correcte conclusies aan de hand van analyses geen makkelijke taak
is, waardoor eventueel verkeerde statische profielen zouden kunnen ontstaan.
Een soortgelijk probleem wordt ook geschetst in het artikel
van Lyon waarbij het draait om ID-systemen die afhankelijk zijn van biometrie.
De codes die bepalen in welke categorie individuen geplaatst worden, zijn
gerelateerd aan lichamelijke en gedragskenmerken van mensen. Dit betekent dat
de beslissingen die worden genomen bij het indelen van individuen in (twijfelachtige)
categorieën, waarschijnlijk geen rekening houden met het leven in de alledaagse
levenswereld van mensen. Lyon: “New IDs ‘sort things out’ (Bowker and Star
1999) in new ways, the consequences of which have yet fully to be seen. And,
moreover, they do this remotely — at a distance — and using biometric measures,
thus removing these markers of ‘identity’ even further from the struggles of
daily life and the sphere of political debate.” 1
Volgens Stephan Okhijusen is er sprake van een onbalans in
de macht, diegene die jou gegevens bewaard heeft macht. Hoe meer informatie hoe
meer macht. Lyon heeft het zelf over een ‘culture of control’ waarbij wij als
burgers worden gecontroleerd en geanalyseerd. De grenzen verschuiven,
machtsrelaties zijn aan het werk en hebben grip op onze gegevens, onze levens
en op onze maatschappij. En in dit proces lijkt onze privacy grondig te worden geschonden.
Maar zijn wij ons hiervan bewust?
De groeiende wens naar meer veiligheid en de dreiging van
terrorisme lijken er toe te leiden dat burgers steeds minder moeite hebben om
de beperkingen van de privacy te accepteren, aldus het Sociaal Cultureel
Planbureau in 2004 [iii]. Ook de
overheid wordt gevoed met het idee dat onze privacy ondergeschikt is aan onze
veiligheid. De conclusie volgt uit het rapport "Gewoon Doen, beschermen
van veiligheid en persoonlijke levenssfeer" van de commissie Veiligheid en
persoonlijke levenssfeer, die vorig jaar in het leven werd geroepen [iv].
Veiligheid en de angst op terreur wegen zwaar en het lijkt
erop dat onze privacy het moet ontgelden. Betekent dit dan het einde van onze
privacy? Op die vraag kan niemand een antwoord geven. Wel kunnen en moeten we
stilstaan bij de maatregels en de bijbehorende effecten hiervan in verhouding
tot het probleem dat we willen oplossen. Er zal er een balans gevonden moeten
worden tussen de functionaliteit die mensen en bedrijven willen van het internet,
en de hoeveelheid persoonlijke informatie die daar tegenover staat. Oftewel een
balans tussen veiligheid en privacy.
Bronnen:
[ii] D. Lyon.
2007. “National ID Cards: Crime-Control,
Citizenship and Social Sorting”
(Laatst bekeken op 05-11-2010)
[iii] 2004. “Burgers vinden veiligheid vaak belangrijker
dan privacy”
(Laatst bekeken op 05-11-2010)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten