“De mogelijkheden van social media hebben geleid tot een rationeel
debat
tussen burger en politiek”
Er werd een duidelijk inleiding gegeven door
de voorzitter, Wendy Straathof. De stelling leek op het eerste opzicht
duidelijk en de begrippen waren eveneens door de voorzitter afgebakend. Echter
bleek dat er tijdens het debat onduidelijkheid ontstond omtrent de stelling.
Ten eerste is de term social media een breed begrip, wat vooral lastig is in
het licht van de stelling. Aan de ene kant heb je de blogs en discussiefora en
aan de andere kant heb je social netwerksites zoals Twitter. Het is haast
onmogelijk om deze verschillende media onder één noemer te schuiven. Daardoor
leken beide partijen soms langs elkaar heen te praten en gaven ze niet altijd
duidelijk aan over welk soort social media het ging en waar wel of niet een
rationeel debat plaatsvindt. Ten tweede ging het debat voor een groot deel over
het begrip ‘rationeel debat’. Beide partijen hadden een andere voorstelling bij
de definitie van dit begrip en dit leidde het debat af van de werkelijke
stelling. Zo gingen beide partijen ook lang door over de gelijkwaardige toegang
tot bepaalde online platforms. In mijn ogen blijft die gelijkwaardigheid echter
een illusie. De voorzitter had in dit opzicht actiever moeten zorgen dat het
debat niet te veel van de stelling zou afwijken.
Kijken naar het brongebruik, werden helaas niet
alle uitspraken en standpunten onderbouwd met bewijs. In de evaluatie gaven de
sprekers ook aan dat zij hier moeite mee hadden. Ook ontbrak het soms aan
praktijkvoorbeelden, die het debat wat levendiger hadden kunnen maken. Wel werd
er het gesproken over Habermas en zijn definitie van publieke sfeer in vergelijking
met deze stelling. Echter sloeg die vergelijking de plank mis aangezien het er
bij de publieke sfeer van Habermas niet ging over machthebbers of politiek maar
over de burgers onderling.
Tijdens het debat heb ik specifiek gelet op
de argumenten die beide partijen aanvoerden. De tegenpartij is het ermee eens
dat de mogelijkheid tot platforms er zijn door de opkomst van social media,
iets dat door de voorpartij meerdere malen is geconstateerd. Echter is de
voorpartij er niet op ingegaan of dit heeft geleid tot een rationeel debat. Het
bewijs was dus geen warrant voor de stelling. De tegenpartij kwam met de claim
dat burgers geen behoefte hebben om social media te gebruiken voor het
deelnemen aan het politiek debat, maar dat zij social media vooral zien als een
informatiebron. Als bewijs voor hun claim gebruikten zij een onderzoek over Twitter
waaruit bleek dat het overgrote deel van de gebruikers van deze social
netwerksite geen behoefte hebben aan politieke tweets. Het probleem ligt hier
in het feit dat Twitter niet representatief is voor alle social media en dat
het hier dus slechts om één soort social media gaat, namelijk Twitter als
social netwerksite.
Ook werden tijdens het debat de burger en
politiek als twee losse partijen tegenover elkaar gezet. Echter moet er wel in
het achterhoofd worden gehouden dat de politiek in feite een vertegenwoordiging
van de burgers is aangezien zij de politiek hebben gekozen. Deze dichotomie
moet dus worden genuanceerd.
Het debat was duidelijk gestructureerd en er
werd gewerkt met verschillende rondes met tijdslimiet waarbij beide partijen
hun standpunten aan het publiek en aan elkaar konden introduceren. Daarnaast
was er tijdens de ‘cross examination’ ruimte voor een debat, zonder
tijdslimiet. Een minpuntje was dat sommige deelnemers zelf de beurt namen en
hier schoot de voorzitter tekort. De voorzitter had iets pro actiever kunnen
optreden om echt de leiding van het debat te pakken. Kijkend naar de andere
deelnemers, was Naema Lewory soms haar verhaal kwijt en kwam daardoor hakkelig
over. Echter werd zij steeds zelfverzekerder naarmate het debat vorderde. Nina
van Kalker kwam tijdens haar inleiding ook wat zenuwachtig over, daarnaast voelde
zij zich soms persoonlijk aangevallen wat niet het geval was. Wel vond ik Nina
sterk in haar argumenten. Maarten van Ast kwam duidelijk, standvastig en
retorisch goed over en gebruikte humor. Echter viel hij in de herhaling met
zijn argumenten. Dat laatste geldt ook voor Rik van Ooijen. Zijn inleiding was
duidelijk, echter was hij tijdens het debat ietwat passief. Over het algemeen
vond ik de tegenpartij de sterkere partij.
Het debat was erg interessant en leerzaam.
Het is duidelijk dat een goede stelling een debat kan maken of kraken en dat de
rol van de voorzitter noodzakelijk is om het debat in goede banen te leiden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten