“Yes We (also) Can”
Door de veranderingen en wisselwerking op het vlak van communicatie
en machtsverhoudingen, lijkt de publieke sfeer van een institutionele domein
naar een nieuw online domein te zijn verschoven. En dit heeft gevolgen voor de
politiek in relatie tot de burger. Volgens het artikel “Communication, Power and Counter-power in the Network Society” (2007)
van M. Castells [i], is politiek
gebaseerd op gesocialiseerde communicatie met als doel de gedachten van de
burgers te beïnvloeden. Nieuwe media geven de politiek nieuwe manieren om
communicatie te kanaliseren en dus macht uit te oefenen. Echter ligt de macht
niet in de handen van de media. Zo geeft ook Castells aan in zijn artikel: “The
media are not the holders of power, but they constitute by and large the space
where power is decided. In our society, politics is dependent on media
politics.”
Ten grondslag aan de veranderingen op het vlak van
communicatie tussen machtsinstituten en burgers ligt de opkomst van internet, zoals
ook Castells onderschrijft. Volgens Jeroen Steeman, gastspreker tijdens het
hoorcollege op 21 oktober 2010 en communicatiemedewerker internet voor GroenLinks Europa, heeft iedereen
door het internet een potentieel miljoenenpubliek. Politici gebruiken online media
om een groot publiek te bereiken in tegenstelling tot ‘vroeger’ toen zij
afhankelijk waren van de media en journalisten. Nieuwe media bieden nieuwe mogelijkheden
voor de politiek, de communicatie tussen burger en politiek en de publieke
sfeer. Maar ook Steeman geeft aan dat de macht niet in de handen van de media
liggen. Volgens Steeman heeft de politiek de media niet meer nodig aangezien
het communicatieproces daaromheen kan verlopen. Dan hebben we het niet alleen over
het communicatieproces tussen burgers en politici maar ook tussen burgers en
journalisten. Er lijkt niet langer sprake te zijn van een top-down communicatie.
In het artikel van Castells wordt verder aangegeven dat
geloofwaardigheid, vertrouwen en karakter van politici steeds meer invloed
krijgen op de politieke uitkomst [ii]. In dat opzicht is de
vernietiging van deze geloofwaardigheid, goede reputatie en karakter van
politici uitgegroeid tot het meest krachtige politieke wapen. Uit meerdere
onderzoeken [iii]
blijkt ook dat mediapolitiek leidt tot schandaalpolitiek waarbij het gaat om
het vinden van schadelijke informatie over de tegenstander, het manipuleren van
informatie of gewoon het fabriceren van schadelijke informatie voor dat doel.
Ook Jeroen Steeman stond tijdens het hoorcollege bij deze ontwikkeling stil. Daarnaast
gaf hij aan dat schandaalpolitiek op zijn beurt weer leidt tot een deuk in het
vertrouwen in de politiek. Dit gegeven blijkt ook uit het European Trusted
Brands onderzoek (2009) van uitgeverij Reader’s Digest [iv].
Nu politici de media gebruiken om het grote publiek te
gebruiken, maken de burgers ook zelf gebruik van de media om nieuws te maken en
te participeren in het publieke debat. De burgers hebben middels het internet
een podium tot hun beschikking om zelf aan het publieke domein bij te dragen.
Castells noemt dit: ‘mass self-communication’. De burgers maken zich deze
nieuwe vormen van communicatie eigen en bouwen hun eigen systeem van massa
communicatie via SMS, blogs, vlogs, podcasts, wikis etc. De door Castells beschreven
counter-power (tegenmacht) maakt ook gebruik van mass self-communication om
macht uit te oefenen. Zo geeft Castells in zijn artikel het volgende aan: “The
emergence of mass self-communication offers an extraordinary medium for social
movements and rebellious individuals to build their autonomy and confront the
institutions of society in their own terms and around their own projects.” Dus
waar ‘vroeger’ middelen zoals demonstraties, protesten en handtekeningenacties
werden ingezet door de counter-power, zijn deze middelen nu verplaatst naar het
internet. Te denken valt aan online petities.
Het communicatieproces tussen burger en politiek lijkt
volgens Castells en Steeman sterk te zijn veranderd. Burgers hebben middels
nieuwe media platforms om te participeren in het publieke debat. Steeman maakt
de vergelijking met de publieke sfeer van Habermas, namelijk een publieke sfeer
waarin burgers bijeen komen om tot een gezamenlijk punt te komen, publieke consensus.
Volgens Steeman zorgt het internet voor een nieuwe vlucht van de publieke sfeer
aangezien iedereen in de discussie kan meedoen. Nu blijft hier natuurlijk de
vraag; gebeurd dit ook op een efficiëntere manier. Steeman gaf zelf een
voorbeeld waarin hij zijn eigen stelling onderuit haalt. Namelijk het weblog
van Femke Halsema. Deze ston in eerste instantie open voor publieke reacties maar
door een teveel aan negatieve reacties, die niets bijdroegen aan het publieke
debat, moest de weblog worden dichtgegooid. Zo te zien kleven er ook nadelen
aan het open communicatieproces tussen politiek en publiek.
Ook als je kijkt naar de inzet van nieuwe media en om
specifiek te zijn social media, door politici, blijft de vraag of het middel
zijn doel, namelijk de burger, bereikt. Zo blijkt uit een onderzoek van NOS Net
tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in februari 2010 [v]
dat lokale partijen volop inzetten op social media, zoals Twitter. Lokale
politici vragen zich echter af of ze grote groepen kiezers bereiken met sociale
netwerken. "Ik merk persoonlijk dat Twitter voornamelijk wordt gebruikt
door politici, media en bedrijven, minder door de 'burger'," aldus
Patricia Wevelkate-Hertgers van de PvdA in Doesburg. Steeman gaf tijdens het hoorcollege
aan dat GroenLinks Twitter zowel gebruikt als marketing tool als een tool voor
het publieke debat, dus om te laten zien dat de partij daar aanwezig is. Maar
als antwoord op een vraag uit de zaal hoe het succes hiervan precies gemeten en
hoe GroenLinks weet wat de inzet van social media oplevert, geeft Steeman het
volgende antwoord: ‘Niet, want dat valt eigenlijk niet te meten’. Groot
voordeel van de sociale media is in elk geval dat ze goed worden gevolgd door
de lokale pers. Dit blijft nou eenmaal van cruciaal belang tijdens een campagne waarin je veel kiezers wilt
bereiken, zo geven bijna alle partijen in het onderzoek van NOS aan.
In het Artikel “Twitteren
om te twitteren? Nederlandse politiek en social media” (2010) [vi]
geeft de schrijver Jasper van Gils de volgende mening hierover: “Om de inzet
van sociale media te doen slagen, is er meer nodig dan enkel linkjes naar het
Twitter, Hyves en Facebook profiel van de lijsttrekker. Twitteren om te twitteren
heeft geen enkele zin.”
De verkiezingscampagne van Obama is een succesverhaal met
betrekking tot de inzet van nieuwe media in de politiek. Een politieke partij
wordt hier als merk neergezet die zich onderscheid van de rest. Obama had een
duidelijke boodschap: “Yes We Can”, die hij via verschillende nieuwe media
kanalen aan zoveel mogelijk mensen communiceerde die vervolgens ook echt iets
met die boodschap zijn gaan doen. Een succesverhaal voor Obama en wellicht een
les voor de Nederlandse politiek.
Bronnen:
[i] M. Castells.
2007. “Communication, Power and
Counter-power in the Network Society”
(Laatst bekeken op 23-10-2010)
[ii] G. Lakoff. 2006.
“Thinking points. Communicating our
American values and vision” New York: Farrar, Strauss and Giroux.
[iii] Thompson
(2000), Tumber en Waisboard (2004), Esser en Hartung (2004), Liebes en
Blum-Kulka (2004), Lawrence en Bennett (2001) en Williams en Delli Carpini
(2004)
[iv] Binnenlands
Bestuurd. 2009. “Vertrouwen in politici
naar dieptepunt”
(Laatst bekeken op 23-10-2010)
[v] NOS. 2010. “Twitter en YouTube niet weg te denken bij
verkiezingscampagne”
(Laatst bekeken op 23-10-2010)
[vi] J. van
Gils. 2010. “Twitteren om te twitteren?
Nederlandse politiek en social media”
(Laatst bekeken op 23-10-2010)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten