donderdag 21 oktober 2010

Hoorcollege 4 - Jeroen Steeman


“Yes We (also) Can”

Door de veranderingen en wisselwerking op het vlak van communicatie en machtsverhoudingen, lijkt de publieke sfeer van een institutionele domein naar een nieuw online domein te zijn verschoven. En dit heeft gevolgen voor de politiek in relatie tot de burger. Volgens het artikel “Communication, Power and Counter-power in the Network Society” (2007) van M. Castells [i], is politiek gebaseerd op gesocialiseerde communicatie met als doel de gedachten van de burgers te beïnvloeden. Nieuwe media geven de politiek nieuwe manieren om communicatie te kanaliseren en dus macht uit te oefenen. Echter ligt de macht niet in de handen van de media. Zo geeft ook Castells aan in zijn artikel: “The media are not the holders of power, but they constitute by and large the space where power is decided. In our society, politics is dependent on media politics.”

Ten grondslag aan de veranderingen op het vlak van communicatie tussen machtsinstituten en burgers ligt de opkomst van internet, zoals ook Castells onderschrijft. Volgens Jeroen Steeman, gastspreker tijdens het hoorcollege op 21 oktober 2010 en communicatiemedewerker internet  voor GroenLinks Europa, heeft iedereen door het internet een potentieel miljoenenpubliek. Politici gebruiken online media om een groot publiek te bereiken in tegenstelling tot ‘vroeger’ toen zij afhankelijk waren van de media en journalisten. Nieuwe media bieden nieuwe mogelijkheden voor de politiek, de communicatie tussen burger en politiek en de publieke sfeer. Maar ook Steeman geeft aan dat de macht niet in de handen van de media liggen. Volgens Steeman heeft de politiek de media niet meer nodig aangezien het communicatieproces daaromheen kan verlopen. Dan hebben we het niet alleen over het communicatieproces tussen burgers en politici maar ook tussen burgers en journalisten. Er lijkt niet langer  sprake te zijn van een top-down communicatie.

In het artikel van Castells wordt verder aangegeven dat geloofwaardigheid, vertrouwen en karakter van politici steeds meer invloed krijgen op de politieke uitkomst [ii]. In dat opzicht is de vernietiging van deze geloofwaardigheid, goede reputatie en karakter van politici uitgegroeid tot het meest krachtige politieke wapen. Uit meerdere onderzoeken [iii] blijkt ook dat mediapolitiek leidt tot schandaalpolitiek waarbij het gaat om het vinden van schadelijke informatie over de tegenstander, het manipuleren van informatie of gewoon het fabriceren van schadelijke informatie voor dat doel. Ook Jeroen Steeman stond tijdens het hoorcollege bij deze ontwikkeling stil. Daarnaast gaf hij aan dat schandaalpolitiek op zijn beurt weer leidt tot een deuk in het vertrouwen in de politiek. Dit gegeven blijkt ook uit het European Trusted Brands onderzoek (2009) van uitgeverij Reader’s Digest [iv].

Nu politici de media gebruiken om het grote publiek te gebruiken, maken de burgers ook zelf gebruik van de media om nieuws te maken en te participeren in het publieke debat. De burgers hebben middels het internet een podium tot hun beschikking om zelf aan het publieke domein bij te dragen. Castells noemt dit: ‘mass self-communication’. De burgers maken zich deze nieuwe vormen van communicatie eigen en bouwen hun eigen systeem van massa communicatie via SMS, blogs, vlogs, podcasts, wikis etc.  De door Castells beschreven counter-power (tegenmacht) maakt ook gebruik van mass self-communication om macht uit te oefenen. Zo geeft Castells in zijn artikel het volgende aan: “The emergence of mass self-communication offers an extraordinary medium for social movements and rebellious individuals to build their autonomy and confront the institutions of society in their own terms and around their own projects.” Dus waar ‘vroeger’ middelen zoals demonstraties, protesten en handtekeningenacties werden ingezet door de counter-power, zijn deze middelen nu verplaatst naar het internet. Te denken valt aan online petities.

Het communicatieproces tussen burger en politiek lijkt volgens Castells en Steeman sterk te zijn veranderd. Burgers hebben middels nieuwe media platforms om te participeren in het publieke debat. Steeman maakt de vergelijking met de publieke sfeer van Habermas, namelijk een publieke sfeer waarin burgers bijeen komen om tot een gezamenlijk punt te komen, publieke consensus. Volgens Steeman zorgt het internet voor een nieuwe vlucht van de publieke sfeer aangezien iedereen in de discussie kan meedoen. Nu blijft hier natuurlijk de vraag; gebeurd dit ook op een efficiëntere manier. Steeman gaf zelf een voorbeeld waarin hij zijn eigen stelling onderuit haalt. Namelijk het weblog van Femke Halsema. Deze ston in eerste instantie open voor publieke reacties maar door een teveel aan negatieve reacties, die niets bijdroegen aan het publieke debat, moest de weblog worden dichtgegooid. Zo te zien kleven er ook nadelen aan het open communicatieproces tussen politiek en publiek.

Ook als je kijkt naar de inzet van nieuwe media en om specifiek te zijn social media, door politici, blijft de vraag of het middel zijn doel, namelijk de burger, bereikt. Zo blijkt uit een onderzoek van NOS Net tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in februari 2010 [v] dat lokale partijen volop inzetten op social media, zoals Twitter. Lokale politici vragen zich echter af of ze grote groepen kiezers bereiken met sociale netwerken. "Ik merk persoonlijk dat Twitter voornamelijk wordt gebruikt door politici, media en bedrijven, minder door de 'burger'," aldus Patricia Wevelkate-Hertgers van de PvdA in Doesburg. Steeman gaf tijdens het hoorcollege aan dat GroenLinks Twitter zowel gebruikt als marketing tool als een tool voor het publieke debat, dus om te laten zien dat de partij daar aanwezig is. Maar als antwoord op een vraag uit de zaal hoe het succes hiervan precies gemeten en hoe GroenLinks weet wat de inzet van social media oplevert, geeft Steeman het volgende antwoord: ‘Niet, want dat valt eigenlijk niet te meten’. Groot voordeel van de sociale media is in elk geval dat ze goed worden gevolgd door de lokale pers. Dit blijft nou eenmaal van cruciaal  belang tijdens een campagne waarin je veel kiezers wilt bereiken, zo geven bijna alle partijen in het onderzoek van NOS aan.

In het Artikel “Twitteren om te twitteren? Nederlandse politiek en social media” (2010) [vi] geeft de schrijver Jasper van Gils de volgende mening hierover: “Om de inzet van sociale media te doen slagen, is er meer nodig dan enkel linkjes naar het Twitter, Hyves en Facebook profiel van de lijsttrekker. Twitteren om te twitteren heeft geen enkele zin.”
De verkiezingscampagne van Obama is een succesverhaal met betrekking tot de inzet van nieuwe media in de politiek. Een politieke partij wordt hier als merk neergezet die zich onderscheid van de rest. Obama had een duidelijke boodschap: “Yes We Can”, die hij via verschillende nieuwe media kanalen aan zoveel mogelijk mensen communiceerde die vervolgens ook echt iets met die boodschap zijn gaan doen. Een succesverhaal voor Obama en wellicht een les voor de Nederlandse politiek.


Bronnen:


[i] M. Castells. 2007. “Communication, Power and Counter-power in the Network Society”
(Laatst bekeken op 23-10-2010)

[ii] G. Lakoff. 2006. “Thinking points. Communicating our American values and vision” New York: Farrar, Strauss and Giroux.

[iii] Thompson (2000), Tumber en Waisboard (2004), Esser en Hartung (2004), Liebes en Blum-Kulka (2004), Lawrence en Bennett (2001) en Williams en Delli Carpini (2004)

[iv] Binnenlands Bestuurd. 2009. “Vertrouwen in politici naar dieptepunt”
(Laatst bekeken op 23-10-2010)

[v] NOS. 2010. “Twitter en YouTube niet weg te denken bij verkiezingscampagne”
(Laatst bekeken op 23-10-2010)

[vi] J. van Gils. 2010. “Twitteren om te twitteren? Nederlandse politiek en social media”
(Laatst bekeken op 23-10-2010)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten