Het thema van het debat van deze week was games en
onderwijs. De debatgroep heeft over de volgende stelling gedebatteerd:
“Serious Gaming moet
binnen 5 jaar een fundamenteel onderdeel
zijn van het
basisonderwijs vanaf groep 3”
Ten eerste is er gekozen voor een andere opbouw van het
debat in tegenstelling tot het debat van vorige week. De teams hadden allebei
de kans om hun standpunten aan het publiek te presenteren. Er was sprake van
een spreeklimiet wat bijdroeg aan de snelheid van het debat. Vervolgens hadden
beide partijen de kans om te reageren op de argumenten van de anderen. Kortom,
er was veel structuur aanwezig in de opbouw van het debat. Het was duidelijk te
zien dat de partijen van te voren niet op de hoogte waren van elkaars
argumenten omdat ze druk waren met het maken van aantekeningen. Dit maakt het
debat naar mijn gevoel een stuk levendiger.
Daarnaast vond ik de rol van voorzitter erg goed vertolkt.
De voorzitter greep op de juiste momenten in door vragen te stellen, sprekers
erop te wijzen wanneer zij teveel van de kern afdwaalden en tussendoor een
samenvatting van de argumenten te geven. Door het optreden van de voorzitter
vond ik het debat erg structureel verlopen en was het debat in zijn geheel een
sterk debat.
Ook de sprekers hebben bijgedragen aan het hoge niveau van
het debat doordat zij goed waren voorbereid en allen voldoende deelgenomen
hebben aan het debat Door het vele gebruik en het vernoemen van de bronnen was
er sprake van goed onderbouwde en feitelijke uitspraken. Een punt van kritiek
dat naar voren kwam aan het einde van het debat, was dat niet alle sprekers de
bronnen goed op een rij hadden waardoor dat soms een beetje hakkelig overkwam.
Er was veel meer evenwicht tussen de sprekers in vergelijking met het vorige
debat. Desalniettemin waren er twee dominante sprekers, verdeeld over twee
teams, namelijk Bram en Eric. Het verschil in lichaamstaal van deze sprekers
was opvallend aanwezig. Zo kwam Bram door het gebruik van zijn lichaamstaal en
stemgeluid erg enthousiast over. Aan de ene kant bleef je aandacht op het debat
gevestigd, aan de andere kant werkte het wellicht ietwat afleidend. Eric
daarentegen kwam door het gebruik van zijn lichaamstaal en door zijn rustige en
duidelijke manier van spreken, standvastig en sterk over. Beide sprekers
maakten gebruik gebaren, retorische vragen en humor om het debat levendig te
houden.
Een punt van kritiek was dat de stelling wellicht niet
helemaal goed was afgebakend. Zo was het voor mij onduidelijk wat er nou
precies werd bedoeld met een fundamenteel onderdeel van het basisonderwijs
vanaf groep 3. Daarnaast werd de inzet van Serious Games niet geconcretiseerd.
Zo leek het erop dat de sprekers langs elkaar heen praatten omdat het niet
duidelijk was over wat voor soort games er nou precies werd gesproken en welke
vaardigheden daaraan gekoppeld waren.
Ten slotte werd ook het publiek goed betrokken bij het
verloop van het debat. Ten eerste waren er bepaalde publieksrollen toegewezen
aan het publiek waarbij zij moesten letten op specifieke aspecten van het
debat. Hier werd aan het einde van het debat over gesproken. Daarnaast mocht
het publiek participeren door vragen te stellen en in debat te gaan met de
sprekers zelf. Ik merkte dat ik geen moeite had om mijn aandacht bij het debat
te houden door deze manier van werken.
Concluderend was het naar mijn mening vooral interessant om
de goede en slechte aspecten van beide debatten met elkaar te vergelijken. Ook
ben ik tot inzichten gekomen die ik kan verwerken bij het debat over
journalistiek en nieuwe media waar ik zelf aan deel zal gaan nemen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten