Stelling
Tijdens het één op één debat kregen wij ieder 3 minuten om
ons standpunt te presenteren en vervolgens nogmaals 3 minuten om te reageren op
de argumenten van de ander. Er is
gesproken over de volgende stelling:
"Een nieuwe
journalistieke code is met de opkomst van
burgerjournalistiek
noodzakelijk"
Door de opkomst van nieuwe media en de mogelijkheden voor
burgers zodoende te participeren in de journalistiek, staat de journalistieke
code ter discussie. Is een journalistieke code noodzakelijk om de
journalistieke regels en wetten in te kaderen. Dit debat is in 2008 op gang
gekomen toen er een nieuwe journalistieke code aangenomen door het Genootschap
van Hoofdredacteuren. Echter is de journalistieke code nog steeds een
discussiepunt en een onbesloten onderwerp in het actuele debat.
Een van de redenen waarom men met een nieuwe code wil komen
is dat de nieuwe media – internet en burgerjournalistiek – het hele
journalistieke werkveld in een ander daglicht plaatsen. En men wil graag een
code die met de nieuwe realiteit rekening houdt. Maar het uitgangspunt is dat
er kennelijk een code nodig is. Journalistiek is niet wettelijk aan strakke
regels en papiertjes gebonden zoals dat bijvoorbeeld geldt voor artsen.
Iedereen kan zich dus journalist noemen en ‘nieuws’ de wereld inschieten.
De beroepsjournalisten zouden graag zien dat duidelijk is
wat het kaf is en wat het koren. Zeggen dat je je houdt aan de code kan
eventueel een rechtvaardiging zijn om jezelf een ‘echte’ journalist te noemen. Voor journalisten een
houvast, of ten minste een uitgangspunt bij discussies; voor niet-journalisten,
het publiek dus, een begin van verantwoording: hier willen journalisten op
worden aangesproken.
Het doel van een journalistieke code is bijdragen aan de kwaliteit van journalistieke
producten en gedragingen in Nederland. Opvallend nieuw vertrekpunt is de
stelling dat iedereen journalist is die zich journalist noemt en deze code wil
onderschrijven, ongeacht of deze persoon daar zijn geld mee verdient. Dat
principe gaat trouwens niet alleen op voor een persoon, maar tevens voor een
medium (krant, site, programma, etc.) dat zich journalistiek noemt. Ik ben tegen bovenstaande stelling en vind niet dat een nieuwe journalistieke code nodig is met de opkomst van burgerjournalistiek. Mijn argumenten tegen de stelling:
-
De beroepsjournalisten zien de
burgerjournalistiek als bedreiging in plaats van een aanvulling. En een code is
hierbij een poging van de oude journalistiek zichzelf te beschermen tegen
nieuwe concurrenten. Om zogezegd een hek te plaatsen rondom de professionele
beroepsgroep. Burgerjournalistiek is een andere manier van nieuws brengen, het
is de vrije stem van het volk. Beroepsjournalisten vinden deze scheiding
belangrijk maar verwachten tegelijkertijd dat deze content aan vergelijkbare
kwaliteitseisen moet voldoen. Of journalisten van de oude stempel het leuk
vinden of niet, op internet hanteren mediaconsumenten andere normen. Een code
is en blijft een versterking van de scheiding tussen journalisten en
niet-journalisten, tussen betrouwbaar en niet-betrouwbaar, tussen professionals
en amateurs
-
Een journalistieke code zou de kwaliteit het
publieke debat en journalistiek moeten waarborgen. Echter is de code niet het
juiste middel om dit doel te bereiken. Niemand zit te wachten op een code als
middel om de kwaliteit van journalistiek te waarborgen. Er is geen draagvlak
voor. Media hebben vaak hun eigen kwaliteitscodes / huisregels die zij
hanteren. Zo kunnen zij zelf een verwachtingspatroon voor hun lezer creëren.
Voor journalisten zijn ethische normen vanzelfsprekend in de eerste, en vaak
laatste plaats een persoonlijke verantwoordelijkheid. Trekken journalisten zich
nu al weinig van bestaande codes aan, nieuwe journalisten en serieuze
webloggers hebben er al helemaal weinig mee. Uiteindelijk zal de burger zelf
bepalen wat kwalitatief betrouwbare en valide informatie is. Er zijn geen codes
nodig om die keuze zogenaamd makkelijker te maken. Bovendien wordt er niet
gesproken over alternatieve methoden om de kwaliteit van het publieke debat en
journalistiek te verbeteren. Het vertraagt juist op deze manier het debat over
kwaliteit en betrouwbaarheid van de journalistiek.
-
Burgerjournalistiek is een vrije vorm van nieuws
brengen, het brengt een nieuwe manier van omgaan met nieuws met zich mee.
Kenmerkend is het snelle, vrije karakter, dit is de kracht van
burgerjournalistiek. Een code is al te star voor de traditionele journalistiek
om zich aan wetten en regels te binden, laat staan voor de individuele
weblogger.
Analyse één op één debat
Dit eerste oefendebat was voor mij erg leerzaam. Zo ben ik
tegen een paar punten aangelopen die ik kan gebruiken als leermomenten bij de
voorbereiding van het ‘officiële’ debat. Ten eerste moet ik meer gebruik maken
van bronnen om mijn argumenten te onderbouwen. Nu zijn het meer loze kreten in
plaats van goed onderbouwde argumenten. Ten tweede moet ik nog beter luisteren
naar de argumenten van de tegenstander en wellicht zijn/haar argumenten noteren
zodat ik hier beter op terug kan komen. Ik heb ook gemerkt dat een duidelijke
inleiding erg belangrijk is voor het publiek en dat het gebruik van vaktaal
zoveel mogelijk vermijden moet worden of dat er begripsafbakening plaats vindt in
de inleiding. Ten slotte heb ik gemerkt dat het erg belangrijk is om een goed
afgebakende, duidelijk stelling op te stellen. Het is daarbij zaak om achteraf
goed na te gaan of de argumenten inderdaad ook op de stelling slaan en niet
alleen op een gedeelte van de stelling of wellicht een geheel andere stelling.
Zo ben ik uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat onze argumenten niet goed op
de stelling aansloten. Wij hebben eerder argumenten voor en tegen een journalistieke
code in het algemeen gegeven in plaats van een ‘gemoderniseerde’ code. Een
betere stelling zou in dit geval zijn geweest: ‘Is een journalistieke code
noodzakelijk om de kwaliteit van hedendaagse journalistiek te waarborgen’.
Hieronder een analyse van mijn argumenten:
De claim van mijn eerste argument is dat de code een poging
is om een hek rondom de professionele beroepsgroep te plaatsen. Echter het
bewijs voor het onderbouwen van deze claim ontbreekt grotendeels. Dit had ik
zeker beter kunnen doen, door bijvoorbeeld gebruik te maken van bronnen die
ditzelfde aangeven of voorbeelden te geven uit de journalistieke code zelf.
Waar ik vooral bij deze stelling tegenaan ben gelopen is het
feit dat we van tevoren niet hebben vastgesteld wat precies het doel is geweest
van het Genootschap van Hoofdredacteuren bij het aannemen van deze nieuwe code.
Zo komt er in de inleiding wel naar voren dat het doel is om de kwaliteit van
de journalistiek te waarborgen en het kaf van het koren te scheiden. Echter dit
laatste is nooit expliciet aangegeven of onderbouwd met behulp van bronnen,
maar in dit geval een aanname. Nou geeft mijn argument aan dat de code is
opgesteld uit angst voor concurrentie en een manier is om de professionele
beroepsgroep af te sluiten. Maar uit de argumenten van de tegenstander blijkt
het echter dat hij het hiermee eens is. Nu gaat de discussie eigenlijk over de
stelling of de code als middel mag fungeren om een hek om de beroepsgroep te
plaatsen. Daarom was het beter geweest om van te voren samen met de tegenpartij
dit soort zaken beter op een rijtje te krijgen. Tot slot heb ik ook niet goed
kunnen uitleggen waarom dit bewijs een bewijs is dat de stelling niet klopt.
Het tweede argument is beter opgebouwd dan het eerste argument maar sluit misschien niet helemaal aan op de stelling. De claim is dat een journalistieke code niet het juiste middel is om de kwaliteit van het publieke debat en journalistiek te waarborgen. Het bewijs ter onderbouwing van het argument wordt helaas ook hier niet onderbouwd met bronnen. De warrant ontbreekt hier omdat het argument eigenlijk niet goed op de stelling aansluit, het is namelijk een aanval op de journalistieke code in het algemeen.
Het tweede argument is beter opgebouwd dan het eerste argument maar sluit misschien niet helemaal aan op de stelling. De claim is dat een journalistieke code niet het juiste middel is om de kwaliteit van het publieke debat en journalistiek te waarborgen. Het bewijs ter onderbouwing van het argument wordt helaas ook hier niet onderbouwd met bronnen. De warrant ontbreekt hier omdat het argument eigenlijk niet goed op de stelling aansluit, het is namelijk een aanval op de journalistieke code in het algemeen.
De claim in het derde argument is dat een journalistieke
code geen draagvlak zal hebben binnen de burgerjournalistiek. Deze claim komt
echter al in het tweede argument naar voren. Het bewijs is wederom niet
onderbouwd met bronnen en doet daarom tekort. Ook komt niet duidelijk naar
voren waarom dit bewijs daadwerkelijk bewijsvoering voor mijn claim is. Het
argument sluit ook hier weer niet goed aan op de stelling.
Zoals in de analyse van bovenstaande argumenten naar voren
komt zijn mijn argumenten in het algemeen niet goed opgebouwd. Zo ontbreekt het
bewijs dat de claim onderbouwd. En ook mis ik vaak de warrant, dus in hoeverre
mijn bewijs nu wel echt bewijs is dat de stelling niet klopt. Het is dus erg
belangrijk om je argumenten niet achteraf maar juist vooraf op deze manier te
analyseren om erachter te komen of ze wel op de juiste manier in elkaar zitten.
Ook is het in eerste instantie erg belangrijk om tot een goed afgebakende
stelling te komen. Deze leermomenten zal ik zeker gebruiken bij de
voorbereiding van mijn officiële debat.
Bronnen:
Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, ‘Code voor de
journalistiek’, 2008
H. Evers, ‘Digitale cultuur zet journalistieke mores op z’n
kop’, 28 mei 2009
http://www.denieuwereporter.nl/2009/05/digitale-cultuur-zet-journalistieke-mores-op-z%E2%80%99n-kop/
A Pleijter, ‘Het heet zelfregulering maar journalisten zelf
doen weinig’, 9 februari 2008
T. Dersjant, ‘Mediadebat niet meer van deze tijd’, 7
december 2008
M. Reijnders, ‘Wij houden ons aan geen enkele code’, 30
januari 2008
J.Stronks, ‘Journalistieke code leidt niet tot misbruik wel
tot vertraging’, 2 februari 2008
H. Blanken, ‘Publiek moet media weer kunnen vertrouwen’, 7
februari 2008
Geen opmerkingen:
Een reactie posten