Voor het eerste werkcollege hebben wij een stelling moeten verzinnen. Mijn stelling was als volgt:
“Een wet omtrent censuur op internet moet van tafel”
Deze stelling is gebaseerd op een wetsvoorstel dat in juni van dit jaar is gedaan. Dit wetsvoorstel moet het makkelijker maken voor het Openbaar Ministerie om websites op zwart te zetten.
Argumenten voor deze stelling:
- Op dit moment is het zo dat het OM websites op ‘zwart’ kan zetten na toetsing van de rechter. De regering wil de tussenkomst van de rechter commissaris schrappen. Officieren van justitie krijgen dus de bevoegdheid om ‘onrechtmatige informatie’ van internet te laten verwijderen. Waar ligt hier de grens? De overheid krijgt op deze manier teveel invloed op de informatie die via het Internet wordt verspreid en dit kan uit de hand lopen. Wanneer er een verbod gaat gelden op bijvoorbeeld radicale en extremistische boodschappen, komen alle andere sites die de overheid niet aanstaan al gauw aan bod.
- Er zijn genoeg manieren voor de particuliere internetgebruiker om zichzelf te beschermen tegen ongewenste informatie op het internet. Door de inzet van software die bepaalde sites omtrent seks geweld, drugs etc. blokkeert. Hier is de tussenkomst van de overheid niet voor nodig.
- Censuur op internet staat haaks op de wet op vrijheid van meningsuiting. Wetenschappers van de Universiteit van Tilburg adviseerden in 2007 in een rapport over de herziening van deze wetsbepalingen ook al dat de rechterlijke toetsing moet worden gehandhaafd, juist om de vrijheid van meningsuiting te waarborgen
Bronnen:
Van onze verslaggever, ‘Staat dreigt met censuur op internet’, Trouw, 16 september 2010
‘Ravage digitaal’, 8 februari 2007
Geen opmerkingen:
Een reactie posten